Inloggen

Dirk Eggink; een levenlang gemeentesecretaris

    Rob van Daal
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Rob van Daal in de groep Ambtenarengeschiedenis! 961 dagen geleden
    Dirk Eggink; een levenlang gemeentesecretaris

    Auteur: R.A.J.H. van Daal

    I Persoonsgegevens

    Achternaam: Eggink Voornamen: Dirk

    Geboorteplaats: Oudewetering, geboortedatum: 6 oktober 1832,

    Plaats van overlijden: Hoofddrop, Datum van overlijden: 1 juni 1911.

    Opleiding: leerling kantoorbediende.

    Woonplaats: Kruisweg, in 1868 omgedoopt tot Hoofddorp.

    Naam of namen van de overheidsdienst(en) waar betrokkene werkzaam was:

    • Gemeente Haarlemmermeer.

     Functie(s) van betrokkene bij de overheidsdienst(en):

    •  gemeentesecretaris

     

    II.a Tekstgedeelte lang

    Dirk Eggink: een leven lang gemeentesecretaris

    Tegenwoordig ontstaan er regelmatig nieuwe gemeenten. Niet omdat het aantal gemeenten groeit, maar juist omdat het aantal afneemt. Dat is het gevolg van een gestage stroom gemeentelijke herindelingen. Ooit was dat anders. Lange tijd was namelijk Haarlemmermeer de jongste gemeente van Nederland, opgericht in 1855. Uit het niets moest deze gemeente worden gevormd. Welke ambtenaar zette dat lokaal bestuur op poten? Een ding kunnen we al verklappen: het was bepaald geen interim manager.

    Nadat het Haarlemmermeer in 1836 na de zoveelste storm Amsterdam en Leiden weer eens had bedreigd, besloten de Staten Generaal in 1839 tot de drooglegging. Koning Willem I zag deze drooglegging eerder als de mogelijke kroon op zijn werken van algemeen belang ter ondersteuning van de welvaart in zijn nieuwe Koninkrijk. Na de daadwerkelijk droogmaking in 1852 ontstond niet direct de gemeente Haarlemmermeer. Het was eerst een soort bestuurlijk schemergebied. De gemeente ontstond pas drie jaar later. Dat het ontbreken van lokaal bestuur niet zonder gevolgen voor dit nieuwe gebied was, werd ook toen al geconstateerd: “De nood eischte hier hulp en wel krachtige hulp. […] Hier was het plichtmatig en geoorloofd zich te vervoegen tot den Staat zelven, welke naar allen schijn het kind waaraan het leven had geschonken, niet van gebrek zou laten omkomen!” schrijft onderwijzer P. Boekel terugkijkend in 1868 in een eerste schets van de geschiedenis van Haarlemmermeer. De leeggemalen polder was na de doorlegging verworden tot het Wilde Westen, maar dan van Nederland. Geen gezag (daarmee formeel ook geen misdaad!), geen voorzieningen, maar wel pioniers die het modderachtige gebied betrokken en trachten een bestaan op te bouwen. Geen van de omliggende gemeenten had interesse om het nieuwe gebied tot het hunne te maken.

    Haarlemmermeer werd inmiddels gezien als een voorbeeld van rampzaligheid. Dat kon zo niet langer, vond ook Thorbecke. Dit leidde tot de benoeming op 14 september 1855 van mr. M.S.P. Pabst tot burgemeester. Pabst combineerde de baan met het burgemeesterschap van de nabij gelegen gemeente Heemstede-Berkenrode. Deze benoeming werd op 30 november 1855 gevolgd door de benoeming van de antagonist van dit hoofdstuk tot de eerste secretaris van de gemeente Haarlemmermeer: Dirk Eggink. Op 14 december van dat jaar aanvaarde Eggink zijn functie. Geldgebrek bleef een groot probleem voor de jonge gemeente. Dit kwam omdat de Staat door besluitvorming van beide Kamers bleef weigeren geld ter beschikking te stellen. Bij uitgifte van de drooggelegde grond was immers 25 jaar vrijstelling van grondlasten overeengekomen en daar moesten de middelen uitkomen. Daarbij ging tot overmaat van ramp ook nog de eerste gemeenteontvanger er met de kas vandoor. De jonge secretaris stond kortom, samen met zijn deeltijd burgemeester, in die eerste jaren voor een niet geringe klus. Een klus waar hij zich maar liefst meer dan een halve eeuw aan zou wijden, van 1855 tot 1909. Veel ambtelijke hulp had hij daarbij in het begin niet. Een gemeenteontvanger, een conciërge en enkele veldwachters die ook werden ingezet als bode of opzichter.

    Met die kleine organisatie moest echter veel gebeuren om als echte gemeente te functioneren. De Gemeentewet had net in 1851 het licht gezien. Met deze wet verdween het onderscheid tussen steden en dorpen. Elke gemeente krijgt door die wet een door ingezetenen gekozen gemeenteraad en een benoemd college van burgemeester en wethouders. Daarnaast moet er een secretaris zijn, als ook een gemeenteontvanger. Wat deed een gemeentesecretaris in die tijd? In elk geval stukken schrijven. Zo’n 6.000 tot 7.000 brieven en verslagen per jaar stelde hij op; een kleine twintig per dag. Met welke doel? Denk daarbij aan gemeentelijke taken als het opzetten van het belasting-, school-, brand- en armenwezen. Er moest ook een bevolkingsregister worden opgesteld; Instructiën voor de secretaris; voor de gemeenteontvanger; voor de Opperbrandmeester bij spuit No. 1 en No. 2; Instructiën voor de invordering van de lokale belastingen op gedistilleerd, likeur en wijn; het invoeren van huisnummers; het bijhouden van de grafrechten voor de algemene begraafplaats; en het invorderen van schoolgeld. Maar hij moest soms ook optreden als getuige bij een huwelijk omdat de familieleden niet konden schrijven.  Allemaal werkzaamheden van secretaris Eggink.

    Wat weten we verder over deze ambtelijke veelschrijver? Dirk werd geboren op 6 oktober 1832 in Oudewetering, niet ver van het Haarlemmermeer. Rond 1850 vertrok het gezin naar Heemstede. In de bevolkingsregisters van die gemeenten staat Dirk vermeld als leerling kantoorbediende, later als kantoorbediende en in 1855 als secretaris. Anders dan de burgemeester, gaat Eggink ook echt in Haarlemmermeer wonen. Pabst schrijft zich wel uit in Heemstede, maar zal - ondanks aandringen van de raad - nooit verhuizen. Werken en wonen zijn in die tijd voor veel mensen niet gescheiden, zo ook niet voor de secretaris. De plek van zijn eerste woning stond precies in het midden van de Haarlemmermeer op sectie MM, kavel 1 en wordt nog steeds “de oude secretarie” genoemd. De raad besluit een deel van zijn huis te huren en vanaf 1 december 1856 wordt de woning van Dirk verklaard tot gemeentehuis van Haarlemmermeer. De plek blijk toch niet goed gekozen, want andere ambtenaren en het postkantoor worden gevestigd iets noordelijker in Kruisdorp, het latere Hoofddorp. In 1866 wordt besloten om daar een nieuw raadhuis en secretarie te bouwen. Dat voor die plaats werd besloten, is niet vreemd als je weet waar de meeste toenmalige raadsleden woonden. De bouw van het raadhuis eindigt in een stevig geschil met de aannemer. Met veel vertoon van macht verschenen burgemeester en gemeentesecretaris Eggink samen met de architect, de opzichter en drie veldwachter op de bouwplaats om de aannemer te verstaan te geven dat hij moest ophoepelen. In 1867 is het gebouw eindelijk af en wordt het nieuwe raadhuis in gebruik genomen. Het bevatte beneden een vestibule, entreekamer, ruime secretarie, kamer voor de burgemeester, idem voor de secretaris en de veldwachters. Verder boven een ruime raadzaal en een trouwzaal. In het gebouw werd ook recht gesproken. Een vleugel van het gebouw was bestemd als woning voor Eggink, een ander gedeelte voor de conciërge en de politie.

    Eggink trouwt in 1858 en krijgt 14 kinderen waarvan er twee kort na de geboorte overlijden. Niet één van zijn kinderen bleef in Haarlemmermeer. Hij leefde zuinig om al zijn kinderen te verzekeren van een goede toekomst. Toen Eggink 50 jaar ambtenaar en tevens gemeentesecretaris was, werd hij gehuldigd en vier jaar later in 1909 werd hij eervol ontslagen en bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hij is dan ruim 76 jaar oud en heeft de gemeente 54 jaar gediend in zijn zware eerste halve eeuw. Het is inmiddels rampgebied af. Bij zijn afscheid werd geconstateerd dat: “U ook de vrucht van uw arbeid heeft gezien. Van eene woestenij in de natuur en eene woestenij in de administratie is Haarlemmermeer geworden eene bloeiende gemeente met vruchtbare akkers en met eene administratie welke meermalen geprezen is.” Zijn pensioen bedroeg 1.000,- gulden per jaar en hij mocht in het raadhuis blijven wonen. Lang kon hij er niet van genieten. Hij overleed op 1 juni 1911. Aan zijn graf sprak burgemeester Slob; na Pabst en landbouwinnovator Amersfoordt, de derde burgemeester die hij had gediend. Eerder was zijn vrouw overleden en moest hij een been missen. Jaren later werd er bij de gemeente Haarlemmermeer een oorkonde ingesteld voor ambtenaren die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeente. Slechts een naam was denkbaar voor een dergelijke oorkonde: de Eggink-penning. 

    IIb Tekstgedeelte ingekort

     

    Dirk Eggink: een leven lang gemeentesecretaris

    Lange tijd was Haarlemmermeer de jongste gemeente van Nederland, opgericht in 1855. Uit het niets moest deze gemeente na de droogmaking in 1852 worden gevormd. Welke ambtenaar zette dat lokaal bestuur op poten? Een ding kunnen we al verklappen: het was bepaald geen interim manager.

     

    Het wilde westen in Holland

    Nadat het Haarlemmermeer in 1836 na de zoveelste storm Amsterdam en Leiden weer eens had bedreigd, besloten de Staten Generaal in 1839 tot de drooglegging. Koning Willem I zag deze drooglegging eerder als de mogelijke kroon op zijn werken van algemeen belang ter ondersteuning van de welvaart in zijn nieuwe Koninkrijk. Na de daadwerkelijk droogmaking in 1852 ontstond niet direct de gemeente Haarlemmermeer. Het was eerst een soort bestuurlijk schemergebied. De gemeente ontstond pas drie jaar later.

     

    Dat het ontbreken van lokaal bestuur niet zonder gevolgen voor dit nieuwe gebied was, werd ook toen al geconstateerd. De leeggemalen polder was na de doorlegging verworden tot het Wilde Westen, maar dan van Nederland. Geen gezag (daarmee formeel ook geen misdaad!), geen voorzieningen, maar wel pioniers die het modderachtige gebied betrokken en trachten een bestaan op te bouwen. Geen van de omliggende gemeenten had interesse om het nieuwe gebied tot het hunne te maken.

     

    Haarlemmermeer werd inmiddels gezien als een voorbeeld van rampzaligheid. Dat kon zo niet langer, vond ook Thorbecke. Dit leidde tot de benoeming op 14 september 1855 van mr. M.S.P. Pabst tot burgemeester. Pabst combineerde de baan met het burgemeesterschap van de nabij gelegen gemeente Heemstede-Berkenrode. Deze benoeming werd op 30 november 1855 gevolgd door de benoeming van de protagonist van dit hoofdstuk tot de eerste secretaris van de gemeente Haarlemmermeer: Dirk Eggink. Op 14 december van dat jaar aanvaarde Eggink zijn functie.

     

    Aanhoudend geldgebrek

    Geldgebrek bleef een groot probleem voor de jonge gemeente. Dit kwam omdat de Staat door besluitvorming van beide Kamers bleef weigeren geld ter beschikking te stellen. Bij uitgifte van de drooggelegde grond was immers 25 jaar vrijstelling van grondlasten overeengekomen en daar moesten de middelen uitkomen. Daarbij ging tot overmaat van ramp ook nog de eerste gemeenteontvanger er met de kas vandoor. De jonge secretaris stond kortom, samen met zijn deeltijd burgemeester, in die eerste jaren voor een niet geringe klus. Veel ambtelijke hulp had hij daarbij in het begin niet. Een gemeenteontvanger, een conciërge, paar klerken en enkele veldwachters die ook werden ingezet als bode of opzichter.

     

    Een veelschrijver

    Wat deed een gemeentesecretaris in die tijd? In elk geval stukken schrijven. Zo’n 6.000 tot 7.000 documenten per jaar stelde hij samen met de klerken op. Met welke doel? Denk daarbij aan gemeentelijke taken als het opzetten van het belasting-, school-, brand- en armenwezen. Er moest ook een bevolkingsregister worden opgesteld; Instructiën voor de secretaris; voor de gemeenteontvanger; voor de Opperbrandmeester bij spuit No. 1 en No. 2; Instructiën voor de invordering van de lokale belastingen op gedistilleerd, likeur en wijn; het invoeren van huisnummers; het bijhouden van de grafrechten voor de algemene begraafplaats; en het invorderen van schoolgeld. Maar hij moest soms ook
    optreden als getuige bij een huwelijk omdat de familieleden niet konden schrijven.  Allemaal werkzaamheden van secretaris Eggink.

     

    54 jaar trouwe dienst

    Eggink trouwt in 1858 en krijgt 14 kinderen waarvan er twee kort na de geboorte overlijden. Toen Eggink 50 jaar ambtenaar en tevens gemeentesecretaris was, werd hij gehuldigd en vier jaar later in 1909 werd hij eervol ontslagen en bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hij is dan ruim 76 jaar oud en heeft de gemeente 54 jaar gediend in zijn zware eerste halve eeuw. Het is inmiddels rampgebied af. Bij zijn afscheid werd geconstateerd dat: “U ook de vrucht van uw arbeid heeft gezien. Van eene woestenij in de natuur en eene woestenij in de administratie is Haarlemmermeer geworden eene bloeiende gemeente met vruchtbare akkers en met eene administratie welke meermalen geprezen is.” Zijn pensioen bedroeg 1.000,- gulden per jaar en hij mocht in het raadhuis blijven wonen. Lang kon hij er niet van genieten. Hij overleed op 1 juni 1911.

     

    De Eggink-penning

    Jaren later werd er bij de gemeente Haarlemmermeer een oorkonde ingesteld voor ambtenaren die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeente. Slechts een naam was denkbaar voor een dergelijke oorkonde: de Eggink-penning.

    III. Vermelding van publicaties en bronnen

    Pieter Boekel, Geschiedenis van het Haarlemmermeer (Amsterdam 1868)

    Tjaard Wiebo Renzo de Haan, Wybe Jappe Alberts, De Waterwolf getemd. Over geschiedenis en volksleven van de Haarlemmermeer (’s-Gravenhage 1969)

    Koeckhoven, Jan Wies, Historie van Hoofddorp Oud West (Hoofddorp 2005)

    Wim van der Meulen, Uit water gewonnen. De geschiedenis van Haarlemmermeer (Aalsmeerderbrug 1996)

    Pieter Hendrik Schröder (red.), Van bruisend water tot ruisend graan. Honderd jaar Haarlemmermeer 1855-1955 (Haarlem 1955)

     

    Rob van Daal

    Rob van Daal

    Wie ben ik

    Ik ben Rob van Daal, bestuurskundige en werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer als manager Staf Bestuur & Directie. Ik schrijf regelmatig recensies voor o.m. Openbaar Bestuur en VNG magazine....

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers