Inloggen

Tobias Asser en Den Haag als internationale hoofdstad van vrede en veiligheid

    PJJ Steeghs
    Door PJJ Steeghs in de groep Ambtenarengeschiedenis! 900 dagen geleden

    Tobias Asser en Den Haag als internationale hoofdstad van vrede en veiligheid

     

    Persoonsgegevens 

    Asser, Tobias Michael Carel (Tobias)

    Amsterdam, 28 april 1838 - Den Haag, 29 juli 1913

    Jurist en enige Nederlandse winnaar van de Nobelprijs voor de vrede (1911)

    1860 advocaat bij familiekantoor Asser

    1862-1893 hoogleraar hedendaags recht, vanaf 1877 buitengewoon hoogleraar handelsrecht en internationaal privaatrecht , Atheneum Illustre  Amsterdam (naderhand: gemeentelijke Universiteit van Amsterdam)

    1873: raadsadviseur ministerie van Buitenlandse Zaken, daarna staatsraad in buitengewone dienst

    1870: lid (vanaf 1898 voorzitter) van de staatscommissie voor internationaal privaatrecht

    1904: minister van staat

    In de voetsporen van Hugo de Groot

    Tobias Asser werd in 1838 geboren in Amsterdam als telg uit een toonaangevende (joodse) familie van rechtsgeleerden en diplomaten. Tobias Asser zet deze traditie voort en begint in 1856 een rechtenstudie aan het Amsterdams Atheneum Illustre ( dat in 1877 wordt omgevormd tot de gemeentelijke universiteit van Amsterdam). In 1860 promoveerde hij aan de universiteit van Leiden op het proefschrift “Geschiedenis der beginselen van het Nederlandsche Staatsregt, omtrent het bestuur der buitenlandsche betrekkingen”. Dit bevat een kritische analyse van de bemoeienissen van het Nederlandse parlement met de buitenlandse politiek. Nederland is in die jaren een Biedermeierland bij uitstek. Na de afscheiding van België teruggeworpen tot de status van een klein land, houdt het krampachtig alle luiken gesloten om de boze buitenwereld te weren. Asser is daarentegen een man met visie, die over de dijken heen kijkt en van mening is, dat Nederland “zijn plaats onder de mogendheden moet hernemen” als de “krachtig handelende voorstander” van het internationaal rechtsverkeer.  Hij trad daarmee in de traditie van Hugo de Groot, de grote 17e eeuwse pionier op het gebied van internationaal recht. Als hoogleraar pleitte hij voor een praktische oplossing van internationale juridische problemen. Volgens Asser los je niet op in de studeerkamer, maar via diplomatiek overleg.

    Vanwege zijn affiniteit met internationale betrekkingen en vanwege zijn diplomatieke vaardigheden werd Asser in 1873 benoemd tot raadsadviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In die functie speelde hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van internationale verdragen over de doorvaart op de Congorivier en het Suezkanaal, waarvan Nederland medeondertekenaar werd.

    In 1873 richtte hij met een aantal buitenlandse vakgenoten het Institut de Droit International op. Dit organiseerde in 1893 de eerste Haagse conferentie voor internationaal privaatrecht, waarvan Asser voorzitter werd, evenals bij de vervolgconferenties in 1894,1900 en 1904.

    De eerste Haagse vredesconferentie

    De laatste jaren van de “belle epoque” werden gekenmerkt door toenemende spanningen tussen de toenmalige grote mogendheden: Engeland,Frankrijk,Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland. Dit leidde tot een wapenwedloop, die op zijn beurt weer het ontstaan van een internationale vredesbeweging op gang bracht, met als belangrijkste boegbeelden de Boheemse barones Bertha von Suttner, geboren Kinski, en de Pools/Russische bankier Jan Bloch. De jonge Russische tsaar Nicolaas II liet zich daardoor inspireren (en door de angst dat het minder ontwikkelde Rusland de wedloop niet zou kunnen bijhouden), en besloot tot het bijeenroepen van een internationale vredesconferentie. Zijn oog viel daarbij op Den Haag, omdat Nederland een klein neutraal land was, omdat koningin Wilhelmina (via  Anna Paulowna) een verre verwante was, en omdat de Russisch/Estse jurist Friedrich (Fyodor) Fromhold  Martens (een van de organisatoren van de conferentie) in 1893 en1894 de internationale conferenties over privaatrecht in Den Haag had bezocht, die door Asser werden voorgezeten, en daarbij een positieve indruk van de organisatie had gekregen.

    De Nederlandse overheid was in eerste instantie niet erg enthousiast. Men vond het maar luchtfietserij. Als neutraal land was het maar het beter om je overal buiten te houden. En bovendien kostte het geld. Koningin Wilhelmina kon uiteindelijk worden overgehaald om haar toenmalige zomerresidentie, Huis ten Bosch, voor de conferentie beschikbaar te stellen. Er waren problemen welke landen uitgenodigd moesten worden. Uiteindelijk werd het criterium landen, die in Sint Petersburg een officiële diplomatieke vertegenwoordiging hadden, waardoor Bulgarije (in naam toen nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk) en de Boerenrepublieken Oranje Vrijstaat en Transvaal (bezwaren van Engeland) afvielen. Bij het begin van de conferentie op 18 mei 1899 circa 100 vertegenwoordigers uit 26 landen, en zoals nog steeds het geval is bij internationale conferenties kwamen er in de randen van de conferentie ook nog vertegenwoordigers  aan van wat we nu noemen NGO’s (zoals de vredesactivisten Suttner en Bloch), en van onderdrukte volkeren (Polen en Finnen uit Rusland, Armeniërs en Macedoniërs uit het Ottomaanse Rijk). Tobias Asser maakte  deel uit van de Nederlandse delegatie, die onder leiding stond van minister van buitenlandse zaken Willem de Beaufort. In de slotakte van de conferentie van 29 juli 1899 werden drie verdragen en drie verklaringen opgenomen met een vijf jaar geldend verbod op het uitwerpen van explosieven uit luchtballons (het vliegtuig bestond nog niet), een verbod op projectielen die verstikkende gassen verspreidden en een verbod op het gebruik van dumdumkogels. Het belangrijkste en het meest blijvende resultaat was echter de instelling van een Permanent Internationaal Hof van Arbitrage, als een onafhankelijk bemiddelingsorgaan in internationale conflicten. Het voorstel daartoe werd door Tobias Asser samen met zijn Franse juridische collega Louis Renault op de conferentie werd ingebracht.

     

     

     

    Hoe ging het verder

    Van 15 juni tot 18 oktober 1907 nam Tobias Asser deel aan de tweede Haagse vredesconferentie , waarin bijna alle toenmalige staten waren vertegenwoordigd. Ook werd tijdens de conferentie de eerste steen gelegd voor het door de Amerikaanse filantroop Carnegie gefinancierde Vredespaleis, als zetel voor het Permanent Hof van Arbitrage. Voor zijn rol bij de totstandkoming daarvan ontving Tobias Asser (samen met de Oostenrijkse pacifist Alfred Fried) in 1911 de Nobelprijs voor de Vrede. Hij overleed in 1913. Hij zou dus niet meer meemaken, dat in de julidagen van 1914, toen de spanningen tussen de grote mogendheden na de moorden in Sarajewo steeds verder escaleerden, het Permanent Hof van Arbitrage niet werd ingeschakeld. Uiteindelijk stortte Europa in de afgrond en begon op 4 augustus 1914 de eerste wereldoorlog met de Duitse invasie van België. De voor 1915 geplande derde Haagse vredesconferentie ging niet door.

    Het Permanent Hof van Arbitrage bestaat nog altijd. In 1922 richtte de Volkenbond daarnaast het Permanent Hof voor Internationale Justitie op, dat in 1946 door de VN werd vervangen door het Internationaal Hof van Justitie. In 1965 werd door de Universiteit van Amsterdam in Den Haag het T.M.C. Asser Instituut opgericht. Den Haag heeft zich steeds verder ontwikkeld tot de juridische hoofdstad van de wereld, als vestigingsplaats voor het Internationaal Stafhof, het Joegoslavië tribunaal, de Organisatie voor het verbod op Chemische Wapens, Eurojust en Europol.

    Het is de blijvende verdienste geweest van Tobias Asser, dat hij daarvoor het fundament heeft gelegd, via de nog altijd bestaande Haagse conferenties voor internationaal privaatrecht en via het Permanent Hof van Arbitrage. Hij had de visie om een begin te maken met het openzetten van de luiken van Nederland naar de buitenwereld. De Tobias Asserlaan in Den Haag is naar hem genoemd.

     

    Literatuur:

    Asser, Tobias Michel Karel, 1838-1913, in: Biografisch Woordenboek van Nederland

    Paul van der Steen: Tobias Asser (1838-1913), strijder voor de vrede, in: Historisch Nieuwsblad  nr.9/2009

    Over de Haagse vredesconferenties kan men het nodige vinden in bijvoorbeeld:

    Margaret MacMillan: The war that ended peace

    Barbara Tuchman: The proud tower (in het Nederlands vertaald: De trotse toren).

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers