Inloggen

Jan Tinbergen en de maakbare samenleving

    PJJ Steeghs
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door PJJ Steeghs in de groep Ambtenarengeschiedenis! 928 dagen geleden

    Jan Tinbergen en de maakbare samenleving

     

    Persoonsgegevens:

    Tinbergen, Jan

    Den Haag, 12 april 1903 – Den Haag, 19 juni 1994

    Econoom, grondlegger van de econometrie en winnaar van de Nobelprijs voor economie (1969)

    1929-1945, hoofd conjunctuuronderzoek Centraal Bureau van de Statistiek

    1931-1939, docent statistiek Gemeentelijke Universiteit Amsterdam

    1933, buitengewoon hoogleraar Statistiek Nederlandse Handels Hoogeschool Rotterdam (later: Nederlandse Economische Hogeschool, nu: faculteit economie Erasmus universiteit)

    1936-1938, economisch adviseur Volkenbond

    1945-1955, eerste directeur Centraal Planbureau

    1945-1973, hoogleraar Nederlandse Economische Hogeschool Rotterdam

    1973- 1975, hoogleraar universiteit van Leiden

     

    Van natuurkundige tot econoom

    Jan Tinbergen stamt uit een uitermate begaafde familie. Zijn broer Niko werd hoogleraar biologie, is een van de grondleggers van de ethologie (gedragsleer van dieren) en won in 1973 de Nobelprijs voor geneeskunde. Zijn broer Luuk werd eveneens hoogleraar biologie. Jan ging in 1921 natuurkunde studeren aan de universiteit van Leiden bij de eminente hoogleraar Paul Ehrenfest. Leiden vormde in die jaren de wereldtop voor natuurkundestudies. Collega-studenten waren onder meer de toekomstige atoomfysici Samuel Goudsmit en Enrico Fermi (winnaar van de Nobelprijs natuurkunde in 1938). Opvallend is trouwens, dat in die jaren meerdere vooraanstaande economen startten als natuurkundige of wiskundige (onder meer ook de latere Nederlands-Amerikaanse Nobelprijswinnaar Tjalling Koopmans).

    Als (levenslang) sociaal democraat sterk beïnvloed door de sociaal economische problemen van die tijd, besloot Jan Tinbergen zich op advies van Paul Ehrenfest te gaan verdiepen in de wiskundige economie. Hij kreeg ruim de tijd voor zelfstudie in dit vak toen hij na zijn afstuderen als dienstweigeraar vervangende burgerdienst moest doen als hulpklerk bij de gevangenis in Rotterdam. De laatste maanden van zijn vervangende dienstplicht kon hij aan de slag bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 1929 promoveerde hij in Leiden op het proefschrift “Minimumproblemen in de natuurkunde en ekonomie”, met een aanhangsel waarin hij natuurkundige principes toepaste op economische problemen.

     

    Grondlegger van conjunctuurtheorie en wiskundige economie

    De jaren 30 waren een belangrijk tijdperk in de ontwikkeling van de economische wetenschap. Jan Tinbergen behoorde in die jaren tot de pioniers voor de ontwikkeling van de conjunctuurtheorie, de wiskundige economie en de econometrie. In 1936 stelde hij een wiskundig macro-economisch model op van de Nederlandse economie, het eerste in zijn soort. In latere jaren ontwikkelde hij ook dergelijke modellen voor de economie van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Voor de Volkenbond hield hij zich bezig met de toetsing van conjunctuurtheorieën, resulterend in het rapport “Statistical testing of business cycle theories” (1939). Maar hij was ook praktisch politiek actief. Samen met Hein Vos stelde hij in 1935 het Plan van de Arbeid op als alternatief voor het strikte bezuinigingsbeleid van de toenmalige kabinetten. De overheid zou miljoenen guldens moeten investeren in de economie, onder andere door de aanbesteding van grote infrastructurele projecten zoals een versnelde drooglegging van de Zuiderzee, automatisering van het telefoonnet en de bouw van wegen en bruggen. Ook bevatte het Plan voorstellen voor een geleide industrialisering en gedeeltelijke socialisatie van grote bedrijven.

    Oprichting van het Centraal Planbureau (CPB)

    Het was dezelfde Hein Vos, die als minister van Handel en Nijverheid in het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn-Drees aan Jan Tinbergen de opdracht gaf om een voorstel te doen voor de oprichting van een economisch planbureau. Onder van het in vele opzichten desastreuze “laissez faire” en bezuinigingsbeleid van de vooroorlogse kabinetten, de nieuwe economisch ideeën, waarmee vooral de naam van Keynes is verbonden (en die een duidelijke rol voor de overheid zagen bij de regulering van de conjunctuur), de ogenschijnlijke successen van de Sovjet planeconomie in de jaren 30, en de noodzaak tot wederopbouw van een verwoeste economie, leek de tijd rijp voor de overheid om een sterke regulerende rol te spelen in de economie. Tinbergen adviseerde de oprichting van een Bureau voor Economische Politiek, dat de regering rechtstreeks moest adviseren, en een Bureau voor Economisch Onderzoek, dat wiskundig onderzoek zou doen naar economische vraagstukken. Er kwam echter maar één klein bureau, dat op 15 september 1945 bij Koninklijk Besluit zijn beslag kreeg. Dit eerste Centraal Planbureau had tot taak de regering te adviseren bij het maken van een algemeen sociaal-economisch en financieel plan. Jan Tinbergen werd directeur.

    Hein Vos had echter grootsere voornemens met het CPB. Het CPB zou complete economische plannen moeten opstellen, die de regering alleen maar hoefde uit te voeren. Vos was, veel meer dan Tinbergen, voorstander van een centraal geleide economie. Op 5 februari 1947 debatteerde de Tweede Kamer over Vos’ wetsvoorstel dat het CPB een wettelijke status moest geven. Vrijwel iedereen zag in dat de overheid tijdens de eerste periode van wederopbouw moest bijspringen, maar velen hadden moeite met een langdurige planeconomie. Uiteindelijk werd het wetsvoorstel aangenomen, maar in sterk gewijzigde vorm. Elke verwijzing naar een echte planeconomie werd geschrapt. In de Memorie van Toelichting bij de Wet houdende de voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, van 21 april 1947, blijft de taak van het CPB beperkt tot het geven van algemeen-economische inzichten hoe economische politiek kan bijdragen aan het verhogen van de welvaart. Het CPB spreekt geen nadrukkelijke voorkeuren uit voor beleidsvarianten, maar beperkt zich tot het doorrekenen van de effecten van voorliggende beleidspakketten. De keuzes zijn aan de politiek.

    Jan Tinbergen bleef directeur van het CPB tot 1955. In die jaren heeft hij beslissend bijgedragen aan de ontwikkeling van de macro-ecomische modellenbouw door het CPB en tot de positie van het CPB als een van de meest gerenommeerde economische instituten ter wereld.

    Hoe ging het verder   

    Na zijn vertrek bij het CPB in 1955 heeft Jan Tinbergen zijn wetenschappelijke carrière voortgezet. Kenmerkend is zijn veelzijdigheid. Tot op hoge leeftijd bleef hij actief.

    In 1957 werd hij gewoon hoogleraar in Rotterdam met als leeropdracht Wiskundige Economie en Ontwikkelingsprogrammering. Volgens de zogeheten regel van Tinbergen (Tinbergen rule) heb je voor n  te realiseren beleidsdoelstellingen ook minstens n instrumenten nodig.  Vanaf 1956 ging hij daarnaast ook het vak Economie van Ontwikkelingslanden gaan geven. Vanaf 1966 tot zijn emeritaat (1973) was zijn leeropdracht in Rotterdam Economie der Centraal Geleide Stelsels en Ontwikkelingsprogrammering. De problematiek van de Derde Wereld kreeg allengs meer zijn interesse dan de meer theoretische benaderingen. Zo opende hij in 1973 het hoofdkantoor van de wereldwinkelorganisatie in Kerkrade. 

    Ook interesseerde hij zich sterk voor de problematiek van een rechtvaardige inkomensverdeling. Zijn naam is verbonden aan de Tinbergen norm, volgens welke een verhouding van 1:5 tussen de laagste en hoogste inkomens in een bedrijf vanuit maximale productiviteit optimaal is. Voor de economie als geheel zou dat 1:7 zijn.

    Hij richtte diverse instituten op en was vele jaren topadviseur van de VN voor ontwikkelingsplanning.  Ook raakte hij betrokken bij het werk van de Club van Rome. Naast zijn hoogleraarschap was hij van 1934 tot 1968 directeur van de Stichting het Nederlands Economisch Instituut. In 1969 ontving hij (samen net zijn Noorse collega Ragnar Frisch) als eerste “de prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel", veelal aangeduid als de Nobelprijs voor de Economie, voor zijn baanbrekende werk voor de ontwikkeling van de econometrie.

    Jan Tinbergen heeft een rijk economisch oeuvre nagelaten. Zijn belangrijkste bijdragen aan de economische wetenschap dateren uit de jaren 30 tot en met 50. Daarna werd zijn werk helaas te ideologisch/idealistisch gekleurd doorzijn streven naar een beter wereld. Hij is daarom door zijn collega-econoom Jan Pen een tragische figuur genoemd, omdat de wereld er zo geheel anders uitzag dan zijn idealen voorschreven. Jan Tinbergen is in zijn latere leven overigens wel kenmerkend voor het Nederlandse type econoom, meer betrokken bij politiek-beleidsmatige vraagstukken dan bij theoretische verdieping. 

     

    Literatuur:

    J.M.M. Duyf: Een wereld van verschil. Het leven en werk van de econoom Jan Tinbergen (1993)

    Maarten Muns: De oprichting van het Centraal Planbureau, Historisch Nieuwsblad, 5/2009

    J. Passenier: Van planning naar scanning, jubileumuitgave ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van het Centraal Planbureau (1995)

     

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers