Inloggen

Het koninkrijk in kaart: Paul Gericke

    Mathijs van de Waardt
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Mathijs van de Waardt in de groep Ambtenarengeschiedenis! 927 dagen geleden

    Het koninkrijk in kaart: Paul Gericke
    Mathijs van de Waardt

     

    I. Persoonsgegevens

    Naam: Gericke, Johan Eberhard Paul Ernst

    Roepnaam: Paul

    Geboren: Kleef, 23 februari 1785

    Overleden: Maastricht, 19 november 1845

    Woonplaatsen: Luik, Den Haag, Maastricht

    Bekend door: oprichting van het kadaster

     

    II. Biografie

    Hoewel de grenzen van het nieuwe koninkrijk op het Congres van Wenen vastgesteld zijn, is er nog veel onduidelijkheid over de grenzen en het eigendom van percelen daarbinnen. De persoon die hier meer dan enig ander een bijdrage aan heeft geleverd is Paul Gericke, een even ijverige als ambitieuze ambtenaar.

     

    Gericke ziet in 1785 in het Duitse Kleef het levenslicht. Hij is afkomstig uit de kleine burgerij: zijn vader is werkzaam bij diverse overheidsinstellingen. Gericke volgt in de voetsporen van zijn vader en begint zijn loopbaan op zestienjarige leeftijd als schrijver bij een overheidsdienst in Kleef. Tot 1813 heeft hij verschillende, vooral financiële functies en maakt hij snel carrière. In dat jaar hebben de geallieerde mogendheden na het vertrek van de Fransen in de Zuidelijke Nederlanden een voorlopig bestuur gevormd. Gericke trekt daarheen met de opdracht om het financiële beheer te reorganiseren. De commissaris-generaal van financiën Appelius is onder de indruk van zijn kunnen en een benoeming op zijn voorspraak tot commissaris van Financiën in Luik volgt niet veel later. Hij gaat er weliswaar in salaris op achteruit, maar Appelius verzekert hem persoonlijk dat hem een goede ambtelijke toekomst staat te wachten in het nieuw gevormde koninkrijk. Ambitieus als Gericke is, laat hij zich hierom – en omdat zijn moeder Nederlandse is – naturaliseren.

     

    Tot 1823 vervult Gericke diverse functies in Luik, maar zijn loopbaanontwikkeling is tot stilstand gekomen. Gebrand op het maken van carrière, beklaagt hij zich dan ook bij koning Willem I dat hij ondanks de woorden van Appelius geen promotie maakt. Door bemiddeling van Appelius en omdat de koning hem goed gezind is wordt hij in 1824 administrateur voor de Registratie en de Loterijen en hij verhuist naar Den Haag. Als in januari 1826 een nieuw hypothecair stelsel wordt ingevoerd is Gericke vanaf dat moment verantwoordelijk voor de landelijke kadastrering, die hoewel ingezet in 1816, nog niet van de grond gekomen is.

     

    Gericke gaat voortvarend te werk: tussen 1826 en 1831 vaardigt hij een totaal van 111 circulaires uit. In deze circulaires komen tal van onderwerpen aan bod: hij maakt metingen en schattingen eenvoudiger en voert andere berekeningsmethoden voor de waarde van de percelen en de opbrengst van landbouwproducten in. Daarnaast verhoogt hij de personele capaciteit om het project te laten slagen: er komen meer landmeters en ook neemt hij 25 beambten aan die ondersteunen bij het schattingswerk. Het daadwerkelijke meetwerk wordt gedaan door controleurs en schatters, die lokaal worden aangeworven. In elke provincie vestigt Gericke hiertoe een speciaal bureau van het kadaster en ook krijgt elke provincie een inspecteur, die er niet zelden zelf op uittrekt om het meetwerk te controleren. Het uiteindelijke toezicht op de landmetingen valt toe aan een landelijke hoofdingenieur die Gericke aanstelt.

     

    Gericke is als administrateur ondergebracht bij het departement van Ontvangsten. Als dit departement in 1831 overgaat in het departement van Financiën worden veel taken daar naartoe overgebracht. Voor wat betreft het kadaster krijgt Gericke een uitzonderingspositie: hij blijft hoofd van een algemeen bestuur en als zodanig slechts aan de koning verantwoording schuldig. Dit leidt al snel tot een competentiestrijd met minister van Financiën Van Tets van Goudriaan. Wanneer de voltooiing van het kadaster nadert, ijvert Gericke voor het bijhouden ervan, om zo alle inspanningen niet nutteloos te laten zijn. In 1832 publiceert hij een verordening met daarin 85 artikelen omtrent de instandhouding van het kadaster. Van Tets meent echter dat hij daarmee zijn bevoegdheid te buiten gaat. Hij beklaagt zich over de kostbaarheid van de operatie en het feit dat “staatsambtenaar” Gericke zijn verordening zonder ruggespraak heeft uitgegeven. De koning komt tussenbeide en besluit dat het kadaster in stand moet blijven en worden overgedragen aan het departement van Financiën. Gericke gaat ook nadat het kadaster in oktober 1833 definitief is zeer tegen de zin van Van Tets echter gewoon door met het uitgeven van verordeningen en circulaires ten behoeve van de instandhouding van zijn project.

     

    Pas begin 1834 wordt het kadaster overgeheveld naar Financiën en krijgt Gericke op 1 februari eervol ontslag. Weer vindt hij dat hij tekort wordt gedaan en beklaagt zich bij de koning. Ook meent Gericke voor zijn verdiensten recht te hebben op een adellijke titel. Hij probeert al in 1822 adeldom te verkrijgen, maar pas in 1833 neemt Willem I hem als jonkheer op in de adelstand. De door hem zo gewenste titel van baron zou echter pas aan zijn zoon toevallen. In dezelfde periode koopt Gericke de heerlijkheid Herwijnen – een landgoed zonder landhuis – met als voornaamste doel deze naam aan zijn achternaam toe te kunnen voegen. De koning stelt Gericke uiteindelijk aan als gouverneur van Limburg, wat hij tot zijn dood zou blijven. Hoewel verheugd met deze positie steekt het hem dat hij niet ook tot minister van staat wordt benoemd.

     

    Gericke was net zo statusbewust (en –belust) als kundig. Als ambtenaar zal hij voornamelijk worden herinnerd omdat door zijn ambitie, organisatietalent en doorzettingsvermogen het kadaster in Nederland van de grond is gekomen.

     

    III. Bibliografie

     

    A.D.M. Veldhorst, ‘Voor het Kadaster getekend: Gericke’, Van klerk in Kleef tot genobiliteerd gouverneur van Nederlands-Limburg, in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 1995, pp. 159-198

     

    A.F.J. van Kempen, J.E.P.E. Gericke (1785-1845), in: De Gouverneurs in de beide Limburgen 1815-1989, pp. 51-104

     

    Tom Pfeil, Op gelijke voet: de geschiedenis van de Belastingdienst, Kluwer, 2009

     

    Portret

    Portret van Johan Eberhard Paul Ernst Gericke (1785-1845), François Charette-Duval naar Cornelis Kruseman, 1846, Maastricht, Provinciehuis Limburg, Maastricht
    Publiek domein: meer dan 70 jaar na de dood van de maker

     

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers