Inloggen

De moeizame zoektocht naar een eigen rechtssysteem: Anthoni Philipse

    Mathijs van de Waardt
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Mathijs van de Waardt in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1133 dagen geleden

    De moeizame zoektocht naar een eigen rechtssysteem: Anthoni Philipse
    Mathijs van de Waardt

     

    I. Persoonsgegevens
    Naam: Philipse, Anthoni Willem

    Geboren: Middelburg, 10 september 1766

    Overleden: Den Haag, 18 februari 1845

    Opleiding: Rechten, Leiden

    Woonplaatsen: Middelburg, Den Haag

    Bekend door: bijdrage aan herziening van het rechtssysteem, geheime politie

     

    II. Biografie

    Als Nederland in 1810 bij het Franse Keizerrijk ingelijfd wordt gaan Franse wetten gelden. Na de onafhankelijkheid worden direct pogingen ondernomen om eigen Nederlandse wetboeken op te stellen. Hoewel dit een moeizaam proces blijkt, heeft Anthoni Willem Philipse hier in meerdere functies een belangrijke rol in gespeeld.

     

    Al op zeventienjarige leeftijd wordt Philipse klerk van het hof van Vlaanderen in Middelburg. Op twintigjarige leeftijd gaat hij in Leiden rechten studeren, om vier jaar later weer in zijn geboortestad terug te keren. Hij vervult diverse functies in overheidsdienst en wordt in 1795 president van de rechtbank in Middelburg. Acht jaar later volgt zijn benoeming tot procureur-generaal bij het gerechtshof in diezelfde stad. In 1811 volgt zijn benoeming tot advocaat-generaal bij het Keizerlijk Gerechtshof in Den Haag. Wanneer de Fransen vertrekken en de naam van de hoogste rechtbank verandert naar Hooggerechtshof wordt Philipse procureur-generaal. Tegelijkertijd is hij belast met de toezicht op de politie in de Noordelijke Nederlanden totdat deze taak in april 1818 onder het departement van Justitie komt te vallen. Hij is op dat moment één van de meest invloedrijke juristen in het land.

     

    Op 11 december 1813, enkele dagen na zijn terugkeer, kondigt dan nog soeverein vorst Willem per besluit aan dat de Franse strafwet, de Code Pénal, gehandhaafd blijft. Hij voert echter wel wijzigingen door. De eerste vijftien artikelen over de op te leggen straffen zijn van de hand van Philipse. Hij heft de algemene verbeurdverklaring van goederen van veroordeelden op en de levenslange dwangarbeid verdwijnt. Ook de guillotine wordt afgeschaft: de doodstraf zou alleen nog door middel van de galg of het zwaard worden uitgevoerd. Hierna geeft Willem Philipse vanaf 1814 de taak als onderdeel van een codificatiecommissie het Burgerlijk Wetboek te herzien. De commissie gaat voortvarend te werk en stuurt precies een jaar na instelling een ontwerp met 480 artikelen naar de Raad van State. Als uitgangpunt kiest de commissie de wetboeken die in 1809 onder Lodewijk Napoleon zijn ontworpen en een goede balans hebben tussen het oud-Nederlandse en het Franse recht. De vereniging van Nederland en België in juni 1815 verhindert echter de behandeling: koning Willem I besluit dat ook Zuid-Nederlandse juristen naar de ontwerpen moeten kijken. Philipse ondersteunt hierbij. De Belgische juristen hebben een aantal bezwaren: niet alleen zijn de Belgen veel meer gecharmeerd van het Franse recht, ook concluderen ze dat er lacunes in het ontwerp zitten en hebben ze twijfels over een groot aantal bepalingen. In november 1816 benoemt de koning daarom weer een commissie, waar ook Philipse deel van uitmaakt, die een nieuw ontwerp moet opleveren dat aan de bewaren van de Belgen tegemoet komt. In maart 1819 levert deze het resultaat. Ondertussen wordt de aversie tegen de Franse wetgeving minder en daalt daarmee ook de urgentie tot herziening. Tegen het ontwerp blijven echter bezwaren bestaan en de koning houdt het doorsturen naar de Raad van State aan, zodat in de jaren ‘20 nieuwe codificatiepogingen worden ondernomen.

     

    In 1826 is er een nieuw ontwerp afgerond; tegelijkertijd wordt een wet op de inrichting van de rechterlijke macht voorbereid. Het voornemen is om beide in 1831 in te voeren, maar door de afscheiding van België moeten beide opnieuw bezien worden. De herziening van het Burgerlijk Wetboek komt pas in 1838, na de afscheiding van België, tot stand. Philipse is hier ondertussen niet meer bij betrokken. In hetzelfde jaar wordt de rechterlijke macht gereorganiseerd en ontstaat de Hoge Raad als rechter in cassatiezaken. Philipse wordt de eerste president. Pas drie dagen voor zijn dood in 1845 op 78-leeftijd zou hij als gevolg van zijn achteruitgaande gezondheid deze functie moeten neerleggen.

     

    Naast bekwaam jurist is Philipse ook gezagsgetrouw ambtenaar die uitvoering geeft aan het repressieve beleid van minister van Justitie Van Maanen. Hiertoe ontwikkelt hij een aantal controle-instrumenten, waaronder een netwerk van agenten dat hem op de hoogte houdt van allerlei vermeende staatsgevaarlijke activiteiten. Deze geheime politie speurt onder meer in koffiehuizen en andere etablissementen naar vermeende opponenten van de regering. In eerste instantie richt Philipse zijn pijlen op Bonapartistische Fransen, maar niet veel later zijn ook kritische journalisten en zelfs ambtenaren onderwerp van onderzoek. Philipse rapporteert met regelmaat aan Van Maanen over allerhande mogelijke staatsgevaarlijke activiteiten. Ook houdt hij de publieke opinie in de gaten. Daarnaast treedt hij ook regelmatig zelf op tegen kritische bladen in zijn rol als procureur-generaal. De grondwet van 1815 garandeert weliswaar drukpersvrijheid, maar wel zolang geen personen worden beledigd. Dit laatste grijpt Philipse regelmatig aan om uitgevers en redacteuren te vervolgen voor enige negatieve berichtgeving over de koning of regering.

     

    In zijn lange carrière toont Philipse zich een klassiek ambtenaar: als jurist ter zake kundig, maar ook een trouw dienaar van minister Van Maanen. Een herziening van het Burgerlijk Wetboek blijkt weliswaar pas in 1838 mogelijk, maar dit valt in vergelijking met het strafwetboek nog alleszins mee: pas in 1886 zou de Code Pénal worden vervangen door Nederlandse wetten.

     

    III. Bibliografie

     

    Philipse, Mr. Anthony Willem, in: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, Deel VIII, pp. 1252-1253

     

    Levensbericht van Antoni Willem Philipse, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1845

    Jeroen van Zanten, Schielijk, Winzucht, Zwaarhoofd en Bedaard, Politieke discussie en oppositievorming 1813-1840, 2004, Wereldbibliotheek, Amsterdam

    M.E. Verburg, Geschiedenis van het Ministerie van Justitie, Deel I 1798-1898, 1994, SDU, Den Haag

     

    J.C. Voorduin en A.M.C. van Asch van Wijck, Geschiedenis en beginselen der Nederlandsche wetboeken, volgens de beraadslagingen deswege gehouden bij de Tweede kamer der Staten-Generaal, 1841, Utrecht, Robert Natan

     

    Portret

    Portret van Anthoni Willem Philipse, anoniem, particuliere collectie
    Publiek domein: meer dan 70 jaar na de dood van de maker

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers