Inloggen

Henk van Ruller, een vroeg voorbeeld van de moderne netwerkambtenaar

    Jan Schrijver
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Jan Schrijver in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1068 dagen geleden

    Henk van Ruller, een vroeg voorbeeld van de moderne netwerkambtenaar

     

    In dit korte portret figureert een bijzondere, onorthodoxe ambtenaar en wetenschapper, een van de eerste bestuurskundigen in de rijksdienst, die hier tijdens het hoogtepunt van maakbaarheidsdenken (kabinet-Den Uyl 1973-1977) nieuwe werkvormen introduceerde die sommigen duiden als „de shift van government naar governance”.

     

    I Persoonsgegevens en loopbaan

     

    -    Hendrik van Ruller (Henk) werd geboren op 1 oktober 1937 te Arnhem als zoon van Johanna Ruiters en Elbert van Ruller,

    -    Gehuwd met Ada Schakel. Zij hadden twee dochters.

    -    Afgestudeerd in de politicologie aan de VU 1966 en gepromoveerd op 1 september 1972.

    - 1966-1972 Wetenschappelijk medewerker bestuurskunde VU

    - 1966-1971 Lid van de gemeenteraad van Amsterdam ARP.

    - 1972-1975 Onderzoeker t.b.v. ontwikkeling van openbaar bestuur in Zambia

    - 1975-1982 Raadadviseur binnenlands bestuur Ministerie van Binnenlandse Zaken;

    - 1982-1985 Gemeentesecretaris Amsterdam

    - 1985-2002 Wetenschappelijk hoofdmedewerker Erasmus Universiteit Rotterdam.

     

    De persoon Henk van Ruller was natuurlijk gevormd door zijn milieu, in dit geval in het bijzonder door de oorlogservaringen van zijn vader, oud-wethouder van Groningen en hoofdredacteur van protestants-christelijke dagbladen, die mede-oprichter was van de verzetskrant Trouw. In 1944 moest het gezin van Ruller vluchten naar het bevrijde Zuiden. Die omstandigheden hebben op Henk veel indruk gemaakt. In ieder geval was Henk van de duvel niet bang en werd hij (ook als AR-man) gestuurd door sterke principes over goed bestuur. Hij was een bevlogen ambtenaar. Meer dan wetenschapper, hoewel hij na zijn hoogste functie, gemeentesecretaris van Amsterdam, weer terugkeerde naar de (bestuurs)wetenschap en wel naar de faculteit, die destijds furore maakte met boeken over de shift van government naar governance (De Erasmus Universiteit stond met Jan Kooiman, Walther Kickert etc. hierom internationaal bekend). Deze shift van verticaal planmatig bestuur naar horizontaal zoekend bestuur is ook het thema dat bij Van Rullers periode bij Binnenlandse Zaken past.

     

    II Opgave bij Binnenlandse Zaken

    Binnenlandse Zaken is het ministerie, waar Van Ruller naartoe werd gehaald door staatssecretaris Wim Polak, die Henk nog kende uit de Amsterdamse gemeenteraad. Van Ruller werd Polaks spreekbuis in de ambtelijke organisatie, als secretaris van het zogeheten Agenda-Overleg. 

    Hij werd ‚geparachuteerd’ als raadadviseur, direct onder de SG. Hij verschool zich echter niet achter de eikenhouten lambrisering van Binnenhof 19 (of later de derde verdieping van de Laagbouw aan de Schedeldoekshaven met zijn roomservice). Daar kreeg hij alle ruimte voor het inrichten van een aantal voor Binnenlandse Zaken radicaal nieuwe taken: coördinatie van rijksbeleid dat vanuit verkokerde departementen op het lokaal bestuur neerdaalde. Vooral de grote steden gingen gebukt onder de verkokering, die de lokale besluitvorming uiteen speelde en veel geld kostte. In de jaren zeventig stonden deze gemeenten aan de rand van het bankroet. Bovendien kwamen er nieuwe problemen op hen af zoals drugsoverlast, de komst van grote aantallen etnische minderheden uit Zuid-Europa en Suriname, en verloedering van wijken. Het Agenda-overleg diende ertoe om de lijnen met de vakdepartementen kort te houden.

    Nieuwe grootstedelijke problemen werden ‘op de agenda geplaatst’ en periodiek besproken met de desbetreffende bewindspersonen om aan oplossingen te werken.

     

    III Werkwijze

    Als grondlegger van het genoemde Agenda-overleg van het Rijk met de vier grote steden (voorloper van het grotestedenbeleid), van het gecoördineerd decentralisatiebeleid en het minderhedenbeleid stelde Henk altijd het probleem centraal. Daarbij zocht hij rechtstreeks de stakeholders op. Modern verbindend ambtenaarschap anno 1975-1980.

    Zijn werkwijze was even onorthodox als effectief. Zijn stijl was ondernemend,  “eropaf gaan”. Korte lijnen houden, en daarmee de hiërarchie negeren moest ook wel voor onderwerpen als drugsproblematiek, stadsvernieuwing, de bodemvervuiling van Lekkerkerk, muitende Molukkers, schade van een sneeuwstorm in het Noorden (‘de Blizzard’ van 1981), de aanlanding van LPG, enzovoort waarvoor veelal onwillige partijen met beslissingsmacht samengebracht moesten worden. Uit studiereizen naar de Verenigde Staten had hij de Negotiated Investment Strategy meegenomen. Door uitgebreid overleg met de betrokkenen vond hij de gezochte overeenstemming, veelal met hulp van zijn pragmatisch ingestelde collega uit de lijnorganisatie, Johan Hoff. Als een nieuw probleem zijn bureau bereikte, klom hij met een medewerker of met Johan Hoff in zijn 2CV en reed naar de plaats des onheils om zich een oordeel te vormen. Van Ruller omringde zich bij voorkeur met jonge veelbelovende werkstudenten of net afgestudeerde academici die nog niet waren gevormd door ambtelijke mores. Zijn werkkamer in Binnenhof 19 was een kantoortuin waar een aantal jonge medewerkers een bureau hadden. Als hij een vertrouwelijk telefoongesprek moest voeren dat niet voor hun oren bestemd was, ging hij even uit het raam hangen, want mobiele telefoons bestonden toen nog niet.  Hij belde ook rustig met ministers en staatssecretarissen als dat voor zijn ‚troubleshooten' nodig was. De bemensing van de functie nam Henk van Ruller persoonlijk ter hand door middel van een stageproject voor jonge academici, een model dat decennia later is gekopieerd in het Rijkstraineeproject.

     

    IV. Conclusie:

    Daarmee is Henk van Ruller een prominent voorbeeld in de golf van vernieuwing die aan het einde van de 20e eeuw meer (maar niet helemaal) gemeengoed zou worden: horizontaal bestuur. In bestuurskundig jargon: de shift van government naar governance.

     

     

    Bronnen:

    Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800 - heden), Plaatsingslijst van het archief van Henk van Ruller (1944-2002), coll. nr. 737 en 738.

    Boeken:

    H. van Ruller (1966), De Agglomeratieproblematiek in Nederland, dissertatie, Amsterdam.

    N.van Putten (2002), Terug naar de stad, een kleine geschiedenis van het grotestedenbeleid, Den Haag.

     

     

    In kader bij te plaatsen:

     

    Johan Hoff, een natuurtalent

     

    Johan Hoff (1937-2012) begon als Haagse jongen op zijn zestiende te werken bij het Rijk. In de avonduren slaagde hij erin zijn doctoraalexamen economie te halen. Als beleidsmedewerker bij Financiën werd hij in 1972 gevraagd om bij Binnenlandse Zaken te komen, waar hij hoofd werd van het Bureau Bijzondere Adviezen. Achter deze prachtige naam gingen schuil de inspanningen om de grote budgettaire problemen van de grote steden het hoofd te bieden. Zo kwam een probleem van de gemeente Utrecht als een van de eerste  zaken op zijn bureau: de sluizen bij Vreeswijk dreigden te verrotten en veel partners keken elkaar erop aan. Intuïtief besloot hij ze allemaal bijeen te roepen en het probleem als een soort mediator uiteen te rafelen. Sindsdien werd dit zijn standaardaanpak. Als nuchtere financiën-man was hij de natuurlijke evenknie van Henk van Ruller, die hij goed kon waarderen, maar die soms een scheutje realisme kon gebruiken. Beiden hadden gemeen dat ze de noodzaak zagen van een andere bestuursstijl. Onderhandelend bestuur. Ze waren dan ook vaak samen op pad. Johan paarde scherpe analyse met uitzonderlijke sociale (netwerk) vaardigheden. Zijn gloriemoment kwam later als trekker van het overheidsproject Beleids-en beheersinstrumentarium, een soort VBTB voor gemeenten (1985-1989), waar het huidige bureau BMC uit is voortgekomen.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers