Inloggen

Financier van de koning: François Arnould Noël Simons

    Mathijs van de Waardt
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Mathijs van de Waardt in de groep Ambtenarengeschiedenis! 941 dagen geleden Reacties (2)

    Financier van de koning: François Arnould Noël Simons
    Mathijs van de Waardt

     

    I. Persoonsgegevens

    Naam: Noël Simons, François Arnould

    Geboren: Amsterdam, 3 november 1779

    Overleden: Utrecht, 11 juli 1843

    Woonplaats: Amsterdam, Utrecht

    Bekend door: secretaris Amortisatiesyndicaat

     

    II. Biografie

    De financiële toestand is in de eerste jaren van het Verenigd Koninkrijk allesbehalve florissant. Het land zit met een enorme staatsschuld opgescheept en bijna de helft van de jaarlijkse staatsinkomsten gaat op aan rentebetalingen. Om deze betalingen te beperken richt prins Willem ‘s Lands Amortisatiekas op, belast met het vereffenen van oude leningen. Om de rentebetalingen te drukken wordt een deel van de uitstaande leningen aangemerkt als uitgestelde schuld, waar geen rentebetalingen op plaatsvinden. Jaarlijks zou een deel van de uitgestelde schuld rentedragend worden. Voor de uitgifte van nieuwe leningen richt hij het Syndicaat der Nederlanden op. De Tweede Kamer heeft ondertussen maar zeer minimaal inzicht in de staatsfinanciën. De Kamerleden mogen eens in de tien jaar akkoord gaan met begroting terwijl er van een verantwoording nauwelijks sprake is. De schuld wordt mede daardoor alsmaar groter.

     

    In 1822 besluit Willem tot de oprichting van het Amortisatiesyndicaat. Dit syndicaat voegt bovengenoemde instellingen en hun taken samen, maar zou meer zijn dan alleen de beheerder van staatsleningen. Het Amortisatiesyndicaat is een complexe samenstelling van financiële stromen die zelfs voor betrokkenen nauwelijks inzichtelijk zijn. De kas wordt gevuld door het uitschrijven van staatsleningen, de opbrengsten van het beheer en de verkoop van domeinen en een jaarlijkse bijdrage vanuit de schatkist. De binnengekomen gelden worden gebruikt voor de aanleg van kanalen, het stimuleren van de textielindustrie, militaire uitgaven en de delging van de schuld. Van dit laatste zou echter niet zoveel komen. De Tweede Kamer heeft noch inzicht in noch controle over de geldstromen die door het Amortisatiesyndicaat lopen en de activiteiten van het syndicaat vinden plaats achter een muur van geheimzinnigheid. Voorzitter is de minister van Financiën, maar omdat het Amortisatiesyndicaat vanwege de nabijheid van financiële instellingen in Amsterdam is gevestigd, is de feitelijke leiding is in handen van de vice-voorzitter. Daarnaast is er ook een aantal leden, maar hun functie is feitelijk ceremonieel. Het bestuur wordt ambtelijk bijgestaan door een secretaris. Tot deze functie wordt François Arnould Noël Simons benoemd.

     

    Op het moment van benoeming heeft Noël Simons al een financiële ambtelijke carrière achter de rug. In de Franse tijd is hij werkzaam in diverse functies bij het departement van Financiën. Na het vertrek van de Fransen en de terugkeer van de prins is hij een kleine twee jaar secretaris op hetzelfde departement om er in januari 1816 secretaris-generaal van te worden. In april 1821 treedt minister Six van Oterleek af omdat hij weigert de Stelselwet, de basis voor het nieuwe stelsel van belastingen, te verdedigen. Pas drie weken later zou de nieuwe minister Elout aantreden. In de tussentijd neemt Noël Simons als hoogste ambtenaar het ministerschap waar, iets wat vóór 1848 bij het aftreden van bewindspersonen niet ongebruikelijk was.

     

    Noël Simons blijft tot eind 1823 secretaris-generaal en krijgt vervolgens de functie van secretaris van het Amortisatiesyndicaat. In die positie is hij eindverantwoordelijk voor de jaarlijkse rekeningen en is berokken bij alle financiële activiteiten van het syndicaat. Als Willem I direct na oprichting een lening wil uitschrijven die groter is dan het onderpand – de waarde van de domeinen – ziet hij hier mede op advies van Noël Simons van af. Een kleinere lening wordt uitgeschreven en het syndicaat weet snel

    geld op te halen. Hoewel minister van Financiën Elout als voorzitter formeel de meeste zeggenschap zou hebben, is het departement nauwelijks betrokken. Zo oppert Elout om het opgehaalde geld te beleggen, maar legt Noël Simons dit naast zich neer. Willem I beschouwt het syndicaat als de financier voor zijn plannen en deelt dan ook zelf de lakens uit. Vanaf juni 1824 verstevigt hij zijn greep: via de secretaris van Staat informeert hij bij Noël Simons hoe hij beter op de hoogte kan blijven van de activiteiten van de instelling. Noël Simons oppert om wekelijks rapporten direct naar de koning te sturen, zodat de rol van het ministerie van Financiën feitelijk is uitgespeeld.

     

    Aan de eigenlijke taak – amortisatie van de schulden – komt het syndicaat niet toe, sterker, nieuwe schulden blijven zich opstapelen. Noël Simons koopt weliswaar soms schuldbekentenissen terug om zo de koers van de staatsleningen te beïnvloeden, maar het effect hiervan is minimaal. In 1838, als de roep om openbaarmaking luider wordt, waarschuwt Noël Simons dat het vertrouwen van de markt wegvalt als bekend wordt dat het Amortisatiesyndicaat grote schulden, maar geringe bezittingen heeft.

     

    Als de afscheiding van België in 1839 formeel geregeld is, dienen ook de schulden in het Amortisatiesyndicaat tussen de twee landen verdeeld te worden. Zo moet er nog 20 miljoen worden ontvangen voor de verkoop van Zuid-Nederlandse domeinen en ook de verdeling van de rentebetalingen in de periode 1830-1839 is nog onbeslist. Namens Nederland voert Noël Simons in Brussel de onderhandelingen over de liquidatie. Voor de succesvolle afronding daarvan wordt hij zowel tot commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw als de Belgische Leopoldsorde benoemd. Uiteindelijk wordt na de vereffening met België het Amortisatiesyndicaat in 1841 opgeheven. Nederland kan dankzij het syndicaat weliswaar een aantal grote infrastructurele projecten financieren, maar blijft ook achter met een grote schuldenlast, die pas door de maatregelen van minister Van Hall in de jaren ’40 enigszins verlicht zou worden.

     

    III. Bibliografie

     

    Hendrik Riemens, Het Amortisatie-Syndicaat, een studie over de staatsfinanciën onder Willem I, Amsterdam, H.J. Paris

     

    Archieven Amortisatiesyndicaat 1823-1841, Nationaal Archief, Den Haag, nr. 2.08.30.04

     

    Portret

    Portret van François Arnould Noël Simons (1779-1843), toegeschreven aan Jos van den Berg, 1804, particuliere collectie

    Publiek domein: meer dan 70 jaar na de dood van de maker

     

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Mathijs van de Waardt
        Mathijs van de Waardt 935 dagen geleden

        Dank voor deze waardevolle toevoegingen. Enkele van de genoemde punten waren bekend (sommige ook niet, dank daarvoor) maar een biografie van maximaal 750 woorden (waarvan de financiële politiek onder Willem I slechts een inleiding is), laat weinig ruimte voor nuancering. Dit artikel kwam voort uit de wens om een stuk over het Amortisatiesyndicaat op te nemen. Ik heb je hoofdstuk in het boek "Een nieuwe staat" gelezen, maar daarin noem je geen ambtenaren bij naam. Wellicht heb je een suggestie voor een andere ambtenaar uit deze periode die beter geschikt om het financiële beleid van Willem I te beschrijven?

        • Tom Pfeil
          Tom Pfeil 937 dagen geleden

          Dit artikel is helaas nogal gebaseerd op verouderde literatuur. Ik veroorloof mij dit te kunnen zeggen daar ik op de Nederlandse overheidsfinanciën in de 18de en 19de eeuw gepromoveerd ben. Een aantal kanttekeningen. De inleiding over de staatsschuld is verre van compleet - geen woord over de tiercering en de conversiewet van 14 mei 1814 - en daardoor onbevredigend; de volksvertegenwoordiging had veel meer budgettaire bevoegdheden dan gesuggereerd (zie de schriften van Van Hogendorp), en de rijksbegrotingen waren onderverdeeld in een éénjarige en tienjarige begroting (tot 1840); financiële verantwoordingen waren er wel degelijk (dienstrekeningen), nog sterker: het voorgeschreven comptabele stelsel was buitengewoon streng en gedetailleerd, rapporten van de Rekenkamer werden evewel niet aan de 2K uitgebracht, maar aan de koninklijke regering; Amortisatiesyndicaat schrijft geen staatsleningen uit maar plaatst onderhandse leningen, overigens is het mobiliseren of kapitaliseren van vastzittend kapitaal (wat het AS deed) een zeer moderne manier van financiering die tegenwoordig ook wordt bepleit door politici in de 2K; rol van het Syndicaat is na 1830 te verwaarlozen; hoogte Nederlandse staastsschuld in 1840 komt niet door AS, maar door oorlog tegen België; en de sanering van de overheidsfinanciën is met name te danken aan de koloniale baten uit Nederlands-Indië. In het algemeen: de betekenis van Noël Simons is in mijn ogen te onbeduidend geweest om in een portrettengalerij op te nemen. Voor de volledigheid plaats ik nog een tekst terzake op de site (redactie), die in iets ingekorte versie is gepubliceerd in het laatst verschenen gedenkboek over 200 Koninkrijk.

        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers