Inloggen

Prof. dr. H.C.L.E. Berger, de man die de Vleeskeuringswet invoerde.

    Emile Berger
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Emile Berger in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1055 dagen geleden

    Berger

    Hubertus Cornelis Leonard Emile

    Geboren te Gennep,  5 augustus 1876

    Overleden te Den Haag 11 juni 1950

    Opleiding: diergeneeskunde; promotie 1905 te Bern (Zw)

    Rijkskeurmeester, Hoofinspecteur bij het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, Directeur van de Veeartsenijkundige Dienst en Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid, Buitengewoon Hoogleraar Rijksuniversiteit Utrecht.

     

     

     

    Inleiding.

     De hygiënische toestanden in worst- en vleeschconservenfabrieken in ons land laten in vele gevallen te wensen over; opdat het publiek met meer vertrouwen worst en ander toebereide vleeschwaren kan nuttigen, moet hierin verbetering komen en zal de invoering eener algemeene vleeschkeuring onder rijkstoezicht noodig zijn, waarbij noodzakelijk  moet aansluiten een controle op slachterijen, worst- en vleeschconservenfabrieken; deze controle zal zich moeten richten op de aanwending van deugdelijk vleesch, op het onnoodig gebruik maken van chemische conserveeringsmiddelen, kleurstoffen en andere bijmengselen en last not least op de meest mogelijke reinheid in het bedrijf.”  (1908)

     

    Een veearts.

    Hij moet een opvallende man geweest zijn. Opgeleid als veearts, jong gepromoveerd, actief in het vak, ook als keuringsarts. Eerst In Hoek van Holland, daarna in Zwolle. In die tijd zijn ook zijn zes kinderen geboren, vier meisjes en twee jongens. En nog iets viel op: hij was katholiek in een tijd waarin dat nog als een belemmering voor een ambtelijke carrière in Den Haag werd beschouwd. Maar ondertussen bezig met wat we nu de kwaliteit van ons voedsel noemen. Lid van de veeartsenijkundige Hygiënische Vereeniging, spreker op conferenties, bezig met de gezondheid van vee en hygiëne bij het slachten van vee. Al in 1908 hield hij een voordracht waarvan het bovenstaande citaat zijn eigen samenvatting is. Hij moet zijn blijven opvallen want zijn naam keert terug, telkens als het gaat om de kwaliteit van vlees. Rond de Eerste Wereldoorlog is hij rijkskeurmeester in algemene dienst. In 1919 wordt hij benoemd aan het toenmalige Departement van Arbeid om de invoering van de Vleeskeuringswet (25 juli 1919 S. No. 524) voor te bereiden.

     

    De Vleeskeuring.

    Die wet kende een lange voorgeschiedenis, want al vanaf het begin van de eeuw lagen er concrete plannen om de vleeskeuring onder een nieuw gecentraliseerd wettelijk regime te brengen. Er waren allerlei wetten en regelingen, maar het ontbrak aan samenhang. Er was geen wettelijk systeem voor slachthuizen, geen uniforme kwaliteitseisen voor slachters en keurmeesters. Het was in het begin van de 20e eeuw een “doolhof van wetten, besluiten, beschikkingen, waarin slechts weinigen den weg vinden”. Dat leidde tot misstanden in de sector: vlees van zieke koeien en varkens werd op de markt gebracht, vaak besmet met voor mensen levensgevaarlijke aandoeningen. En omdat er geen hygiëne werd betracht bij de slacht, omdat er geen keuring vooraf was van het vee en geen keuring van het vlees na de slacht, werd de volksgezondheid ernstig bedreigd. En daar moest de nieuwe wet verbetering in brengen. En dat werd zijn taak.

    Maar waar komt die belangstelling, om niet te zeggen die gedrevenheid, voor gezond vlees vandaan? De Nederlanden (Berger schrijft erover in de inleiding van zijn oratie) kenden al vanaf de middeleeuwen epidemieën van besmettelijke veeziekten, waardoor in steden en op het platteland complete veestapels werden uitgeroeid. Een ramp voor de boer, maar ook voor de consument, en niet minder voor de economie. Vee was een economische factor van belang; het leverde werkgelegenheid op, inkomsten en bedrijvigheid in de stad waar het vee en vlees werd verhandeld. Runderpest tussen 1865 en 1876 leidde tot een eerste wettelijk stelsel en door die wet werd de aanpak van een hele serie ziekten mogelijk. De Vleeskeuringswet moest een veel krachtiger aanpak mogelijk maken.  Nederland was daarin niet uniek. In de 20er jaren van de 20e eeuw ontstaan internationale initiatieven, nodig omdat de veehandel grensoverschrijdend werd.

     

    Veldwerk.

    Maar door het sterk centralistische karakter van de wet (uniformiteit in gebouwen, in procedures, in protocollen, in opleidingseisen tot en met de etikettering toe) was er veel verzet: van gemeentebesturen vanwege de verplichting nieuwe moderne slachthuizen te realiseren, uit de agrarische sector vanwege de regulering van thuisslacht. En dan moet Berger ook ontdekt hebben dat een wettelijke regeling met uitvoeringsbepalingen fraai  oogt, maar dat de uitvoering van die wet een verhaal apart is. Dat regel je niet vanuit je werkkamer op het Haagse Departement. Daar is veldwerk voor nodig. Hij schrijft artikelen voor gemeenten over de uitvoering van de wet en een handboek samen met mr. Lietaert Peerbolte. En hij gaat, simpel gezegd, de boer op. Tal van artikelen, reisverslagen, fotoreportages doen verslag van zijn werk; nationaal en internationaal. Was hij de enige? Nee, maar wel het boegbeeld. Fraaie titels sieren  zijn visitekaartjes  maar het werk werd wel gedaan. Een ambtenaar die zich vanuit zijn gedrevenheid voor het belang van de volksgezondheid tussen 1919 en 1941 inzet, met hart en ziel.

     

    Een slotwoord.

    Sinds de verhuizing van mijn moeder hangt het portret van mijn grootvader bij ons in de gang. Het is een lange weg gegaan in de afgelopen 80 jaar. Mijn vader vertelde veel over zijn vader en het belang van diens werk voor de volksgezondheid. Wij kenden de Vleeskeuringswet. Voor ons leeft hij door, al is hij al meer dan een halve eeuw dood. En pas na de recente misstanden in de voedselsector zijn we ons in Nederland ervan bewust geworden hoe belangrijk zijn werk en dat van zijn collega’s in het eerste kwart van de 20e eeuw is geweest voor de volksgezondheid. Een pendelbeweging: van de regelende overheid toen naar de marktwerking aan het einde van de 20e eeuw terug naar de zorgzame overheid in de 21e eeuw.

    Mijn grootvader zou er het zijne van gedacht hebben;  verklaart dat zijn glimlach op het portret?

     

     

    Nuth, 1 september 2014

     

    Emile Berger

     

     

     

    Literatuur.

    Berger. H.C.L.E.:  Mededeelingen betreffende hygiëne en controle in worst- en vleeschconservenfabrieken (Voordracht Algemene Vergadering der Veeartsenijkundige Hygiënische Vereniging 11 juli 1908 – Haarlem)

    Berger, H.C.L.E.: Ervaringen omtrent de keuring van ingevoerd versch vleesch in Engeland; Den Haag 1911.

    Berger, H.C.L.E.; De ontwikkelingsgang van overheidsmaatregelen in Nederland tegen besmettelijke veeziekten; Rede, Utrecht  1930.

    Koolmees, P.A.; Vleeskeuring en openbare slachthuizen in Nederland 1875-1985 (met dank aan Ad van Wersch voor de research)

    Lietaert Peerbolte, L. en Berger, H.C.L.E.: Vleeskeuringswet en haar uitvoering, Alphen a.d. Rijn 1920

    Poultry Tribune for september 1939

     

     

    Emile Berger

    Emile Berger

    Wie ben ik

    Concerncontroller en programmamanager bestuur & veiligheid van de gemeente Nuth. achterkleinzoon, kleinzoon en zoon van een ambtenaar.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers