Inloggen

Jan Dellaert: luchtvaartpionier in gemeentedienst

    Rob van Daal
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Rob van Daal in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1054 dagen geleden

    I Persoonsgegevens

     

     

    Achternaam: Dellaert Voornamen: Ulrich François Marie (Jan)

    Geboorteplaats: Westdorpe, geboortedatum: 8 augustus 1893

    Plaats van overlijden: Amsterdam, Datum van overlijden: 24 augustus 1960

    Opleiding: landmeter en civiele techniek

    Woonplaats: ?

    Naam of namen van de overheidsdienst(en) waar betrokkene werkzaam was:

    • Gemeente Amsterdam, Dienst der Handelsinrichtingen (Zee- en Luchthaven)
    • Gemeente Amsterdam, Dienst Luchthaven Schiphol

    Functie(s) van betrokkene bij de overheidsdienst(en):

    • Havenmeester burgerluchtvaart, tevens rijkshavenmeester
    • Directeur Dienst Luchthaven Schiphol

     

     

    II.a Tekstgedeelte lang

    Jan Dellaert: luchtvaartpionier in gemeentedienst

    Op dit moment wordt de luchthaven Schiphol gezien als één van de nationale mainports met een cruciale betekenis voor de Nederlandse economie. Met 52,6 miljoen passagiers in 2013 is het de op drie na drukste luchthaven van Europa na London, Parijs en Frankfurt. Hoewel de naam Schiphol te dateren is tot 1447, is het pas sinds de tweede helft van de vorige eeuw een begrip in binnen- en buitenland. Want in 1920 was het vooral een drassig, ongedraineerd stuk kleigrond in de Noordoosthoek van de Haarlemmermeerpolder. Die transformatie heeft natuurlijk alles te maken met de stormmachtige ontwikkeling die de burgerluchtvaart in de vorige eeuw heeft doorgemaakt. Een bekende naam die altijd wordt geassocieerd met deze ontwikkeling is de luchtvaartpionier en oprichter van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM), Albert Plesman. Minder bekend, maar daarmee niet van minder betekenis, is de protagonist van dit verhaal. Een verhaal over een luchtvaartpionier die als ambtenaar van de gemeente Amsterdam van 1926 tot 1960 een cruciale rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de luchthaven, namelijk Jan Dellaert, ook bekend als ‘de vader van Schiphol’. Want wat Plesman is voor de KLM, is zonder twijfel Dellaert voor de luchthaven Schiphol.

     

    Eerste kennismaking met luchtvaart

    Wat was dat voor gemeenteambtenaar, met die wat Belgisch klinkende naam? Jan Dellaert was een boerenzoon uit Zeeuws Vlaanderen. Hij haalde een diploma landmeten aan universiteit in Gent en ronde zijn HBS af aan het bekende Canisius College in Nijmegen, waarna hij civiele techniek ging studeren aan Universiteit Delft. De Eerste Wereldoorlog brak echter uit en Dellaert moest de studie afbreken en kwam onder de wapenen. In het leger kwam hij in aanraking met de luchtvaart. In 1916 werd hij namelijk aangewezen als waarnemer bij het detachement Luchtvaart Afdeeling in Vlissingen. Begin 1917 werd Dellaert als tweede luitenant overgeplaatst naar Soesterberg, waar hij zijn FIA-vliegbrevet haalde en ook die andere pionier luitenant Albert Plesman leerde kennen. Deze Plesman bood hem in 1920 de baan aan van Stationschef van Schiphol, ofschoon een eerdere sollicitatie van Dellaert werd afgewezen.

     

    De eerste jaren als stationschef Schiphol

    Schiphol was toen een militair vliegveld. Het lag binnen de Stelling van Amsterdam en was sinds 1917 het tweede militaire vliegkamp na Soesterberg. Burgerluchtvaart op plek stelt een stationschef voor een aantal forse uitdagingen. Want hoewel Schiphol zijn ligging mee had, kleefde er ook aanzienlijke bezwaren aan de keuze om het ook te benutten voor burgerluchtvaart. Het was een drassig gebied, slechts gedeeltelijk gedraineerd en de behuizing voldeed voor militaire doeleinden, maar was te primitief voor luchtreizigers. Eén van de zes loodsen werd omgebouwd en de KLM kreeg toestemming een keer per dag te starten of te landen op Schiphol. In die loods van 20 bij 25 meter ging Dellaert als stationschef en tevens chef Vliegdienst met een assistent, een klerk, twee Engelse monteurs uit de Royal Air Force (RAF), een Nederlandse hulpmonteur en een chauffeur  aan de slag. Waar nu allerlei functies fysiek gescheiden zijn, werden toen passagier, post, vracht in een ruimte afgehandeld. Om als passagier naar Schiphol te komen was een hele tour. Het waren smalle landwegen, die bij regen modderig en glibberig waren. KLM bracht passagiers maar zelf naar Amsterdam. Het was met recht behelpen en pionieren in die eerste jaren voor Dellaert en zijn mannen en hun passagiers.

     

    Schiphol als Dienst van gemeente Amsterdam

    De gemeente Amsterdam zag al vroeg in dat luchtverkeer van belang zou worden voor de hoofdstad. In 1920 werd het college door de raad gemachtigd om met het Rijk van Schiphol een Rijksstation voor het internationale luchtverkeer te maken. Bij besluit van B&W van 26 maart 1926 werd de luchthaven Schiphol onder beheer van de Gemeente Handelsinrichtingen gesteld en verliet Dellaert deze functie om als havenmeester van Schiphol in dienst van de gemeente Amsterdam te treden. Dellaert kan nu eindelijk echt aan de slag, want de gemeente Amsterdam ving de exploitatie van de luchthaven aan met het uitvoeren van verbeteringswerken. Budget: één miljoen gulden. In de zes jaar ervoor was nog maar weinig geïnvesteerd in de infrastructuur voor de burgerluchtvaart. En zo ontstond onder leiding van Dellaert in hoog tempo in een rurale en armelijke gebied een geordende, zeer moderne luchthaven die de gold als de beste in Europa. In 1940 had stationschef  Dellaert uiteindelijk voor 6,5 miljoen gulden aan verbeteringen en uitbreidingen doorgevoerd. Van een personeelsbestand van zeven man was de organisatie gegroeid naar 1.200 medewerkers.

     

    Destructie en de wederopbouw

    Aan die groei kwam abrupt een eind op 10 mei 1940, de dag waarop de luchthaven door Luftwaffe wordt gebombardeerd. Vijf jaar later moest worden geconstateerd dat Schiphol volkomen verwoest was door bombardementen van zowel Duitse als Engelse bommenwerpers. Nog steeds worden er in dit gebied af en toe bommen geruimd. Gedurende de oorlog kreeg het personeel van de luchthaven een andere functie binnen de gemeente. Dellaert bleef zich echter ook tijdens de oorlog zich bezig houden met de toekomstige exploitatie van Schiphol. Daarnaast gaf hij les in de exploitatie van luchthavens aan de Leidse Onderwijsinstellingen. Als de oorlog voorbij is, pakt hij de wederopbouw van de luchthaven met grote inzet en enthousiasme op. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want er zijn ook plannen om de luchthaven te verplaatsen. Plesman is daar een groot voorstander van en zo komen beide pioniers tegenover elkaar te staan. Uiteindelijk wordt gekozen voor het plan van Dellaert en ziet de regering in 1949 af van een nieuwe locatie.

     

    Ter voorbereiding van een verzelfstandiging tot een overheids-N.V., gaat de gemeente Amsterdam over tot vorming van de Dienst Luchthaven Schiphol in 1950. De groei van de luchthaven bleef aanhouden. Van 440 passagiers in 1920 was de luchthaven op weg naar een half miljoen passagiers per jaar in 1950. Goederen en post hadden ook een dergelijk ontwikkeling doorgemaakt. Uiteraard werd Dellaert de directeur van de nieuwe dienst. In 1958 wordt dan de NV Luchthaven Schiphol uiteindelijk opgericht. Hoewel inmiddels pensioengerechtigd, werd ook Dellaert daarvan de directeur. Op 30 juni 1060 neemt hij afscheid. De belangstelling voor dit afscheid is overweldigend. De dag erna wordt hij opgenomen in Boerhavekliniek te Amsterdam, waarna hij na kortstondig ziekbed overlijdt. Hij was al langere tijd ziek, maar bleef doorwerken aan zijn creatie. Zijn vrouw Martha Mario Flora Meinhout bleef als weduwe alleen achter. Er waren geen kinderen uit dit huwelijk geboren.

     

    Beminnelijk en koersvast

    Dellaert was een man met groot gezag in binnen- en buitenland. Beminnelijk, maar koersvast. Een luchtvaartpionier in gemeentedienst met een internationale reputatie. Hij genoot bij leven de naam ‘s werelds oudste havenmeester in jaren te zijn. Jaarlijks reikt de luchthaven Schiphol de Jan Dellaert Award uit voor mensen of organisaties die een buitengewone bijdrage hebben geleverd aan de luchtvaart in Nederland.

     

    IIb tekstgedeelte ingekort

     

    Jan Dellaert: luchtvaartpionier in gemeentedienst

    Op dit moment wordt de luchthaven Schiphol gezien als één van de nationale mainports met een cruciale betekenis voor de Nederlandse economie. Met 52,6 miljoen passagiers in 2013 is het de op drie na drukste luchthaven van Europa. Dit is het verhaal over een luchtvaartpionier die als ambtenaar van de gemeente Amsterdam van 1926 tot 1960 een cruciale rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de luchthaven, namelijk Jan Dellaert, ook bekend als ‘de vader van Schiphol’. Want wat Albert Plesman is voor de KLM, is zonder twijfel Jan Dellaert voor de luchthaven Schiphol.

     

    Kennismaking met luchtvaart

    Jan Dellaert was een boerenzoon uit Zeeuws Vlaanderen. Hij ronde zijn HBS af aan het bekende Canisius College in Nijmegen, waarna hij civiele techniek ging studeren aan Universiteit Delft. De Eerste Wereldoorlog brak echter uit en Dellaert moest de studie afbreken en kwam onder de wapenen. In het leger kwam hij in aanraking met de luchtvaart. In 1916 werd hij namelijk aangewezen als waarnemer bij het detachement Luchtvaart Afdeeling in Vlissingen. Begin 1917 werd Dellaert als tweede luitenant overgeplaatst naar Soesterberg, waar hij zijn FIA-vliegbrevet haalde en ook die andere pionier luitenant Albert Plesman leerde kennen. Deze Plesman bood hem in 1920 de baan aan van Stationschef van Schiphol, ofschoon een eerdere sollicitatie van Dellaert werd afgewezen.

     

    De eerste jaren als stationschef

    Schiphol was in 1920 een militair vliegveld. Het was een drassig gebied, slechts gedeeltelijk gedraineerd en de behuizing voldeed wel voor militaire doeleinden, maar was te primitief voor luchtreizigers. Eén van de zes loodsen werd omgebouwd en de KLM kreeg toestemming een keer per dag te starten of te landen op Schiphol. In die loods van 20 bij 25 meter ging Dellaert als stationschef en tevens chef Vliegdienst met een assistent, een klerk, twee Engelse monteurs uit de Royal Air Force (RAF), een Nederlandse hulpmonteur en een chauffeur  aan de slag. Waar nu allerlei functies fysiek gescheiden zijn, werden toen passagier, post en vracht in een ruimte afgehandeld. Om als passagier naar Schiphol te komen, was een hele tour. Het waren smalle landwegen, die bij regen modderig en glibberig waren. KLM bracht passagiers zelf naar Amsterdam. Het was met recht behelpen en pionieren in die eerste jaren voor Dellaert en zijn mannen en hun passagiers.

     

    Schiphol als Dienst van gemeente Amsterdam

    De gemeente Amsterdam zag al vroeg in dat luchtverkeer van groot belang zou worden voor de hoofdstad. In 1920 werd het college door de raad gemachtigd om met het Rijk van Schiphol een Rijksstation voor het internationale luchtverkeer te maken. Bij besluit van B&W van 26 maart 1926 werd de luchthaven Schiphol onder beheer van de Gemeente Handelsinrichtingen gesteld en verliet Dellaert zijn functie om als havenmeester van Schiphol in dienst te treden van de gemeente Amsterdam. Dellaert kan nu eindelijk echt aan de slag, want de gemeente Amsterdam ving de exploitatie van de luchthaven aan met het uitvoeren van verbeteringswerken. Budget: één miljoen gulden. En daarmee ontstond onder leiding van Dellaert in hoog tempo in een ruraal en armelijke gebied een geordende, zeer moderne luchthaven die de gold als de beste in Europa. In 1940 had stationschef Dellaert uiteindelijk voor 6,5 miljoen gulden aan verbeteringen en uitbreidingen doorgevoerd. Van een personeelsbestand van zeven man was de organisatie gegroeid naar 1.200 medewerkers.

     

    Destructie en wederopbouw

    Aan die groei kwam abrupt een eind op 10 mei 1940, de dag waarop de luchthaven door Luftwaffe wordt gebombardeerd. Gedurende de oorlog kreeg het personeel van de luchthaven andere functies binnen de gemeente. Dellaert bleef zich echter ook tijdens de oorlog zich bezig houden met de toekomstige exploitatie van Schiphol. Als de oorlog voorbij is, pakt hij de wederopbouw van de door oorlog verwoeste luchthaven met grote inzet en enthousiasme op. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want er zijn plannen om de luchthaven te verplaatsen. Plesman is daar een groot voorstander van en zo komen beide pioniers tegenover elkaar te staan. Uiteindelijk wordt gekozen voor het plan van Dellaert en ziet de regering in 1949 af van een nieuwe locatie.

     

    NV Luchthaven

    In 1950 gaat de gemeente Amsterdam over tot vorming van de Dienst Luchthaven Schiphol. Van 440 passagiers in 1920 was de luchthaven op weg naar een half miljoen passagiers per jaar in 1950. Uiteraard werd Dellaert de directeur van de nieuwe dienst. In 1958 wordt dan de NV Luchthaven Schiphol uiteindelijk opgericht. Hoewel inmiddels pensioengerechtigd, werd ook Dellaert daarvan de directeur.

     

    Op 30 juni 1060 neemt hij afscheid. De belangstelling voor dit afscheid is overweldigend. De dag erna wordt hij opgenomen in Boerhavekliniek te Amsterdam, waarna hij na kortstondig ziekbed overlijdt. Zijn huwelijk was kinderloos gebleven. De luchthaven was zijn kindje geweest.

     

     

     

     

    III. Vermelding van publicaties en bronnen

    A.A. Dullé, ‘Schiphol’ in P.H. Schröder (red.) Van bruisend water tot ruisend graan; Honderd jaar Haarlemmermeer 1855-1955, (Haarlem 1955), 190-208

    H.J. Hazewinkel, ‘Dellaert, Ulrich François Marie (1893-1960)’ in Biografisch Woordenboek van Nederland

     

    Rob van Daal

    Rob van Daal

    Wie ben ik

    Ik ben Rob van Daal, bestuurskundige en werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer als manager Staf Bestuur & Directie. Ik schrijf regelmatig recensies voor o.m. Openbaar Bestuur en VNG magazine....

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers