Inloggen

Eduard Wenckebach: ondernemend ambtenaar, ambtelijk ondernemer

    Maurits van den Toorn
    Door Maurits van den Toorn in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1053 dagen geleden

    Eduard Wenckebach (Amsterdam 24 mei 1813 – Wijk bij Duurstede 26 april 1874)

    Vanaf 1829 opleiding in Medemblik, Hannover, Wenen
    1836 werkzaam in laboratorium in München
    1838 eigenaar fabriek van natuurkundige instrumenten in Amsterdam
    1844 aanleg telegraaflijn Amsterdam – Haarlem
    1850 directeur Nederlandsche Telegraafmaatschappij
    1852 ingenieur van de Rijkstelegraaf
    1871 eervol ontslag uit de rijksdienst

    Eduard Wenckebach is strikt genomen Amsterdammer, maar groeit op in Den Haag. Na vanaf 1829 een periode als volontair de lessen aan het Koninklijk instituut der marine (toen nog in Medemblik) te hebben gevolgd, gaat hij naar het buitenland: in Hannover leert hij het vak van instrumentmaker, in Wenen volgt hij een cursus aan de polytechnische school. Daar leert hij over de elektrische of elektro-magnetische telegraaf, een toestel waarmee door middel van elektrische pulsen door een draad berichten snel over grote afstand kunnen worden verzonden. Het leidt tot een aanstelling aan het ‘physisch laboratorium’ van Carl Augustus von Steinheil in München, een van de pioniers op dit gebied. Wenckebach werkt mee aan het praktisch toepasbaar maken van de elektrische telegraaf en ziet het commerciële potentieel ervan. Na terugkeer in Nederland richt hij in 1838 in Amsterdam een bedrijf op voor de fabricage van ‘wis- en natuurkundige apparaten’ en publiceert veel over de nieuwe vinding.

    Diensttelegraaf
    Hij moet geduld hebben, want pas in 1844 volgt het eerste succes met de opdracht langs de spoorlijn Amsterdam – Haarlem een telegraafverbinding aan te leggen. Die is bedoeld als diensttelegraaf voor intern berichtenverkeer, maar vanaf 1847 kunnen buitenstaanders tegen betaling berichten laten verzenden. Dat is zo’n succes dat Wenckebach concessies aanvraagt voor de aanleg van openbare telegraaflijnen van Amsterdam naar Den Helder en van Rotterdam naar Hellevoetsluis, de plaatsen waar schepen van overzee aankomen  (Noordzeekanaal en Nieuwe Waterweg bestaan nog niet). Hij wordt directeur van de maatschappij die de lijnen aanlegt en exploiteert, terwijl hij ook de apparatuur levert. Zijn ambities strekken verder. In 1847 dient hij bij de regering het voorstel in om heel Nederland van een net van telegraaflijnen te voorzien. De regering voelt er aanvankelijk niet  veel voor – de telegraaf kan een bedreiging vormen voor de lucratieve posterijen – en stelt een commissie in om het voorstel te onderzoeken. Wenckebach zelf wordt opmerkelijk genoeg ook lid van die commissie,  maar dat is nauwelijks te vermijden: niemand weet zoveel over telegrafie als hij. De commissie komt tot de conclusie dat de aanleg het beste van staatswege kan geschieden. Wenckebach wordt per 1 juli 1852 benoemd tot ‘ingenieur van den Rijkstelegraaf’ om leiding te geven aan de werkzaamheden.

    Web van draden
    Op 1 december 1852 gaat de eerste lijn open, van Amsterdam via Den Haag, Rotterdam en Breda naar België. In de daaropvolgende jaren wordt heel Nederland op het telegraafnet aangesloten, er verschijnt een web van draden (‘gegalvaniseerd ijzerdraad type nummer acht’) op palen in het land, in totaal meer dan 20.000 kilometer, vaak parallel verlopend aan de tegelijk aangelegde spoorlijnen. De snelle telegrafie is een soort wonder in een tijdperk waarin een koerier te paard de snelste manier was om een bericht over te brengen. Het sturen van een telegram wordt snel populair, vooral bij zakenlieden. In 1853 worden 39.000 telegrammen verzonden, in de jaren zestig zijn het er jaarlijks al meer dan een miljoen. Er verrijzen meer dan 600 telegraafkantoren, vanaf 1870 als onderdeel van het postkantoor. Wenckebach blijft bij de telegraaf betrokken, in opdracht van de minister van Koloniën levert hij apparatuur voor de aanleg van telegraaflijnen op Java en voor een onderzeese telegraafkabel tussen Batavia en Singapore. Wegens ziekte krijgt hij op eigen verzoek op 1 januari 1871 eervol ontslag uit de rijksdienst. De overheid poogt hem af te schepen met een wachtgeld van 1500 gulden per jaar, dat door ingrijpen van Thorbecke wordt verhoogd tot 2000 gulden vanwege ‘de bijzondere verdiensten van den adressant’. In 1874 overlijdt hij, nog net geen zestig jaar oud. Slechts enkele jaren later is de bloeiperiode van de telegraaf voorbij:  in 1877 doen de ambtenaren  van de Rijkstelegraaf de eerste proeven met een nieuwe vinding, de telefoon.

    Wenckebach is ondanks zijn grote verdiensten enigszins in de vergetelheid geraakt, net als het communicatiemiddel dat hij groot heeft gemaakt en dat hem groot heeft gemaakt. Hij is een tamelijk atypische ambtenaar; uit zijn carrière blijkt dat de grenzen tussen ondernemer en ambtenaar in de negentiende eeuw niet altijd even strikt getrokken werden. Een dergelijke verstrengeling van ambtelijke en commerciële belangen zou tegenwoordig ondenkbaar zijn.

    Maurits van den Toorn

    Bronnen
    Auke van der Woud, Een nieuwe wereld; het ontstaan van het moderne Nederland (Amsterdam 2006).
    W. Ringnalda, Gedenkboek van de Rijkstelegraaf in Nederland 1852-1902 (Amsterdam 1902).

    Illustratie bij Centraal Bureau voor Genealogie en/of Museum voor Communicatie (?)

    Maurits van den Toorn

    Maurits van den Toorn

    Wie ben ik

    Journalist en redacteur, momenteel bij PM Public Mission, vroeger bij de Staatscourant. Verder actief als scribent op het gebied van infrastructuur en transport; recentelijk auteur van het...

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers