Inloggen

F.H. van Schagen, de eerste Gouvernements-accountant van Nederlands-Indië (1907)

    Dieter van Schagen
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Dieter van Schagen in de groep Ambtenarengeschiedenis! 928 dagen geleden

     

    F.H. van Schagen, de eerste Gouvernements-accountant in Nederlands–Indië.

    Opgetekend door zijn kleinzonen

      

    I. Persoonsgegevens

    Van Schagen, Frederik Hendrik

    Geboren: Ubbergen, 2 februari 1872

    Overleden: Rotterdam, 31 december 1919

    Woonplaatsen: Amsterdam, Weltevreden

    Grondlegger van de commerciële boekhouding in Nederlands-Indië

     

    II. Biografie

    a. Inleiding

    In 1795, na de Staatsomwenteling, komt er een einde aan de VOC. Haar vermogen gaat over naar de Staat. Na de Grondwetsherziening van 1848 krijgen de Staten-Generaal rechtstreeks invloed op de Indische politiek. Pas in 1864 treed de Indische-Comptabiliteitswet in werking die bepaalt dat de Nederlandse regering voor alle Indische gouvernementsinkomsten en –uitgaven verantwoording schuldig is aan de Staten-Generaal.

    Een comptabele administratie is echter ongeschikt om de bedrijfsexploitaties te beoordelen van de gouvernementele bedrijven {*} in Indië. Er is letterlijk geen compleet overzicht van -noch inzicht in- de cijfers uit Indië. In het parlement ontstaat de wens een commerciële boekhouding in te laten voeren. Ondanks Ministeriële oppositie komt, op aandrang van Gouverneur Generaal Van Heutsz, pas in 1905 het besluit tot invoering hiervan.

    In 1907 laat de minister van Koloniën de Tweede Kamer weten voor de opzet van een commerciële boekhouding een bekwame en praktisch ervaren ambtenaar naar Indië te zenden in de persoon van de heer F.H. van Schagen.

     

    b. De persoon F.H. van Schagen

    Na scheiding van zijn ouders gaat Frederik Hendrik van Schagen, 15 jaar oud, werken om het gezinsinkomen aan te vullen; door zelfstudie weet hij zich op te werken tot hoofdboekhouder bij het gemeentelijk energiebedrijf Elektra N.V. te Amsterdam. Hij trouwt in 1904 met Hendrika Henriëtte ter Brake, * Vriezenveen 08-01-1877, † Weltevreden 17-05-1917; in december 1905 wordt in Amsterdam een dochter geboren en in Weltevreden twee zoons resp. in november 1908 en in februari 1911. Met de SS. Rembrandt vertrekken zij uit Rotterdam naar Indië.

     

    De benoeming van Van Schagen bij KB van 30  april 1907 No. 59 tot Gouvernements-accountant is een novum, omdat daarmee de accountancy in het Indische Staatsverband begint, terwijl die pas in 1916 Nederland wordt ingevoerd. {**}

     

    Met het Gouvernementsbesluit van 31 oktober 1907 No. 21 bekrachtigt de Gouverneur Generaal  zijn aanstelling, en start Van Schagen als eenling zijn werkzaamheden. Van Schagen wordt belast met de professionalisering en vereenvoudigingen van de bedrijfsboekhoudingen van de Gouvernementsbedrijven, met als doel de systemen vergelijkbaar en inzichtelijk te maken voor een betere controle en belastingheffing.

    Van Schagen  krijgt tevens de opdracht om  adviezen te geven voor steunverlening bij de oprichting van nieuwe ondernemingen.

     

    Voor hun ontspanning worden ze lid van de Sociëteit Concordia waar onder andere door Jean-Louis Pisuisse en Max Blokzijl (zangers en cabaretiers) wordt optreden, maar ook een Symphonie orkest; ook de schouwburg is een geliefd doel. Om deze te bereiken wordt een rijtuig gehuurd. Omdat de mannen vaak lang van huis zijn logeert haar buurvrouwtje met zoontje bij haar in huis, “’t Is echt gezellig”, “de kinderen staan samen naast elkaar in de tuin” zo laat zij het thuisfront weten. Het steeds huren van een koetsje is kostbaar en dus wordt besloten om in februari 1911 een koetsje te kopen met paard en tuig, f. 400,=...De tuinjongen wordt tevens koetsier. Maandelijks wordt voor f. 7,= aan gras gekocht voor het paard.

     

    De invoering van commerciële boekhouding wordt door de bedrijfsleiders door de beperking in hun ‘vrijheid van handelen’ niet met blijdschap begroet.

    Het onkruid op administratief gebied is welig opgeschoten. Het komt o.a. voor, dat men de bij de begroting toegestane gelden, soms zelfs voor een geheel jaar vooruit, opvraagt en deze dan op eigen naam uitzet, teneinde de rente ten eigen bate aan te wenden. In het algemeen richt de administratie zich slechts naar de eisen die de comptabiliteitswet stelt. Uitgaven en verstrekkingen moeten door bewijsstukken zijn gedekt. Van originele bescheiden is in vele gevallen geen sprake. Loonadministraties ontbreken als regel geheel.

    Van Schagen baant zich vanaf de eerste dag met vaste hand  een weg, daarbij gesteund door zijn positie rechtstreeks onder de Gouverneur Generaal.

     

    Van Schagen start onder meer met de verbetering van de administratie en het financiële beleid van een drietal grote bedrijven: de Pakhuisdienst (450 vestigingen), de Opiumfabriek en het Marine-Etablissement. Omdat vele bedrijven in Nederlands-Indië talrijke vestigingen over de gehele archipel hebben, is reizen een vast en tijdrovend onderdeel van de werkzaamheden. Ook voert hij een rentabiliteitsonderzoek uit naar de haalbaarheid van het vissen van parels en parelmoerschelpen bij de Aru-eilanden.

     

    Reeds in 1911 kunnen de volgende bedrijven en diensten  balansen en resultatenrekeningen opstellen: de Tinmijnen op Banka, de Dienst Staatsspoor en Tramwegen, Pensioenfondsen en Weduwen- en Wezen-fondsen, 8 Ziekenhuizen en Inrichtingen, 5 Havenbedrijven, de Goudmijn, de PTT, de Rijstpakkerij op Madoera en het Gevangeniswezen. Van Schagen beschikt eind 1913 over 4 adjunct-Gouvernements-accountants en 3 lagere ambtenaren.

     

    Van Schagen vertrekt in de loop van 1914 met buitenlands verlof en biedt bij zijn vertrek aan de Gouverneur-Generaal een “Memorie van verrichte en nog te verrichten werkzaamheden” aan.  Bij maar liefst  22  bedrijven verspreid over Java, Sumatra en Madoera is door Van Schagen de commerciële boekhouding definitief ingevoerd. Bij vele andere gouvernementsbedrijven zijn, in een stadium van voorbereiding, belangrijke onderdelen gereorganiseerd, waardoor een behoorlijke interne controle mogelijk wordt.

     

    In 1915 wordt de ambtstitel “Chef van de Gouvernements-accountantsdienst”  ingevoerd.

    Van Schagen wordt dan tevens belast met het onderzoek naar de “waardebepaling van te onteigenen particuliere terreinen”, welke tijdens het bestaan van de Oost-Indische Compagnie en het daarop volgend Nederlandsch Staatsbestuur (tot 1795), de Franse tijd (1795-1810) en het Brits tussenbestuur (1811-1816) aan particulieren in eigendom zijn afgestaan. Deze eigendommen passen niet meer in het domeinbeginsel dat aan de latere agrarische wetgeving {***} ten grondslag ligt. Een schier onontwarbare puzzel om tot een aannemelijke koopsom te komen. Ook komen belastingkwesties bij de Dienst.

     

    De dag nadat zijn vrouw is begraven, ligt  Van Schagen op de operatietafel in Batavia om een ontstoken moedervlek op zijn rug te laten verwijderen. De wond wil niet genezen en er volgen diverse operaties, zonder succes. In deze moeilijke periode vind hij veel steun van zijn zwager en diens vrouw en van het inlandse kindermeisje Minot {****}. Door de oorlog is terugkeer naar Nederland uitgesloten.

    Van Schagen wordt, vanwege zijn slechte gezondheid  bij Gouvernementsbesluit van 4 november 1918  ziekteverlof  verleend en keert met zijn drie kinderen via Amerika per boot naar Holland terug. Ondanks zijn ziekte is hij nog actief o.a. met het voeren van besprekingen op het Ministerie van Koloniën in Den Haag.

    Op Oudejaarsdag 1919 overlijdt hij, de man die de Accountancy in het Indische Staatsbestel heeft geïntroduceerd.

     

    De eenzame Gouvernements-accountant heeft zich ontwikkeld tot een Dienst van weliswaar bescheiden omvang, maar met een zeer uitgebreide taak. Frederik Hendrik van Schagen wordt  op grond van zijn buitengewone verdienste, tot lid van het Nederlands Instituut van Accountants benoemd.

     

    III. Bibliografie

    a. Archieven

    • Nationaal Archief ’s-Gravenhage, NT 2.10.36.22, inv.nr. 932, folio 282 (Register O1)
    • Nationaal archief ’s-Gravenhage, NT 2.02.14 / 5331
    • Koninklijke Bibliotheek, Advertenties
    • Brieven e.d., in privé bezit
    • Kasboek (sept 1909 – juli 1926), in privé bezit

     

    b. Literatuur

    • 25 jaar, Gedenkboek GAD Indië, “Een kwart eeuw Accountancy in het Gouvernementele Bedrijfsleven (1907-1932)”, de ambtenaren hebben gemeend eigener beweging de uitgave te bekostigen.
    • 40 jaar, Gedenkboek Nederlandsch Instituut voor Accountants 1895-1935
    • “Ontwerp Indische Bedrijvenwet” door Ir. H. Damme,  "Ingenieur" van 30-05-1925;
    • Voordracht “Bedrijvenwet Ned.-Indië”, Ingenieur Nr. 47, door Ir. H. Damme
    • 40 jaar Gouvernementsaccountancy, 1 november 1947, een terugblik, door W. de Vries Gzn.

     

    c. Beeldmateriaal

    • foto’s, in privé bezit

     

    d. Publiek domein

    Alle stukken zijn meer dan 70 jaar oud.

     

     

    {*} De Gouvernementele Bedrijven bestonden uit een 30-tal ‚klusters’ (verspreid over een gebied zo groot als Europa) met elk een grote hoeveelheid zelfstandig opererende bedrijven; 6 wees-en boedelkamers, 25 gevangenissen, 450 pandhuizen, Pensioenfondsen en Weduwen-en Wezen-fondsen burgerlijk zowel als militair, 3 ziekenhuizen en 5 krankzinnigenstichtingen, 19 cultuurondernemingen, 5-tal Havenbedrijven, 2 kolen- en 1 goud-mijn en de tin mijnen op Banka, PTT en de Dienst Staat-spoor en -Tramwegen, div. militaire en maritime inrichtingen, 32 djatibedrijven en de Opiumfabriek.

     

    {**} Bij Besluit van de Minister van Financiën van 11 April 1916, was het volgende bepaald:

    “Teneinde de inspecteurs der directe belastingen in de gelegenheid te stellen bij de uitvoering van de wet op de inkomstenbelasting en eventueel andere wetten betreffende de directe belastingen  deskundig voorlichting op het gebied der accountancy in te roepen, zijn met ingang van 1 Mei 1916 te Amsterdam en te Rotterdam tijdelijke ambtenaren aangesteld, die den titel voeren van Accountant bij den dienst der directe belastingen”

    Een vaste accountantsdienst werd ingesteld bij Koninklijk Besluit van 13 December 1916.

    [zie Gedenkboek Nederlandsch Instituut van Accountants 1895-1935]

     

    {***} De agrarische wetgeving van De Waal (1870) maakte de baan vrij voor het Europese kapitaal en de Europese cultures.

    Woeste gronden worden in erfpacht uitgegeven (het domeinbeginsel; alle woeste gronden waren van de Staat, als de grondeigenaar geen erfgenamen had viel de grond aan de Staat), hierbij werd geen rekening gehouden met het inheemse adat recht, waarbij dorpsgemeenschappen gronden bezaten. Die gronden werden dus ontvreemd.

    Om dit terug te draaien moesten die gronden weer onteigend worden en teruggegeven aan de “bevolking”.

     

    {****} Als de oudste zoon in 1937 met zijn gezin naar Indië emigreert staat Minot (zijn kindermeisje) hem op de kade op te wachten! Als hij haar vraagt hoe zij weet dat hij zou komen, antwoord zij:” het was een bericht van de wind”. Er is in die achttien jaar nooit contact geweest!

     

    Dieter van Schagen

    Dieter van Schagen

    Wie ben ik

    Kleinzoon van F.H. van Schagen, de eerste Gouvernements accountant van Nederlansch-Indië. 

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers