Inloggen

Pieter Caland, vader van de Nieuwe Waterweg

    Davied van Berlo
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Davied van Berlo in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1147 dagen geleden

    Pieter Caland

     

    Door BRAM OOSTERWIJK

     

    Caland, Pieter

    Geboren: 23 juli 1826 in Zierikzee

    Overleden: 12 juli 1902 in Wageningen

     

    Er móést omstreeks het midden van de 19e eeuw iets gebeuren met de vaarroute tussen Rotterdam en de Noordzee. Schepen moesten in die jaren via een aantal rivieren (Oude Maas, Nieuwe Maas, Noord, Dordtse Kil, Hollands Diep en Haringvliet) naar en van het Brielse, Goereese of het Brouwershavense Gat. Dat was een tijdrovende (soms dagen lang) en doorgaans ook moeilijke weg, met ondiepten die verraderlijk konden zijn. Omstreeks 1850 was de stoomvaart aan haar opmars begonnen en Rotterdam - dat zeer gunstig  ten opzichte van het (Duitse) achterland lag - wilde daar zoveel mogelijk van gaan profiteren. Een nieuwe vaarweg was daarbij een absolute vereiste.

     

    Uiteindelijk zou de doorgraving van de Hoek van Holland de oplossing zijn. Nicolaas Cruquius had daar in het tweede kwart van de 18e eeuw al eens over gedacht, maar het had tot niets geleid. Er was in 1830 wel een kanaal door Voorne in gebruik genomen, maar dat bleek al snel te krap te zijn. Een plan voor een vaarweg dwars door Flakkee had het niet gehaald. De regering Van Hall-Donker Curtius pakte in 1855 de kwestie definitief  op en stuurde civiel ingenieur Pieter Caland naar Frankrijk en Schotland omdat daar waterstaatswerken waren uitgevoerd (resp. aan de Seine en aan de Clyde) die ook wel eens van toepassing konden zijn voor een betere en snellere vaarweg naar en van de Rotterdamse haven. Het resultaat van Calands bezoek was dat er in november 1857 een zes leden tellende Raad van den Waterstaat werd ingesteld; de 31-jarige Caland was één van hen. Hij was in Brielle gestationeerd en was daar betrokken bij het onderhoud van de Nieuwe Maas en het Scheur. Pieter Caland was zestien jaar eerder als ‘kadet van den waterstaat’ toegelaten tot de militaire academie in Breda. Eind 1845 zat zijn opleiding erop en ging hij als aspirant-ingenieur in rijksdienst aan het werk in Overijssel (later ook in Friesland en Zeeland). Pieters vader Abraham was eveneens waterstaatsingenieur.   

     

    Er lagen in 1857 enkele waterstaatkundige ontwerpen op tafel: van de ingenieurs F.W. Conrad (uit 1836), van A. Greve (twee stuks, uit 1851 en 1857) en van Pieter Caland (uit 1856). Het Greve-plan uit 1857 behelsde de verbetering van het Brielse Gat, door het aanleggen van twee stenen dammen. Calands plan van een jaar eerder ging over hetzelfde zeegat, met kortere en lagere dammen dan Greve had geopperd. De Raad van de Waterstaat had bezwaren tegen beide projecten.

     

    In januari 1858 kwam Caland met een ander ontwerp: de doorgraving van de zandvlakte Hoek van Holland (onder ’s Gravenzande). Deze ruim vier kilometer lange en vijftig meter brede doorgraving moest aansluiten op het Scheur (het vaarwater bij Maassluis en Vlaardingen) en vandaar ook op de Nieuwe Maas. De nieuwe vaarwegmonding zou door twee dammen van steen en rijshout (resp. 800 en 1150 meter lange) in zee worden beschermd; de monding van het Scheur moest  worden afgedamd. Door de werking van eb en vloed zou de monding van de vaarweg zichzelf gaan vormen. Voor 6,3 miljoen gulden kon het werk in zes jaar worden uitgevoerd. In mei 1863 werd Caland overgeplaatst naar Rotterdam, waar hij ingenieur-directeur voor de uitvoering van de doorgraving werd.

     

    Door de komst van het nieuwe kabinet Van Hall-Van Heemstra in 1860 en veel besluiteloosheid ontstond er veel vertraging. Pas in januari 1863 kwam de wet voor de verbetering van de vaarweg in de Tweede Kamer tot stand. Op 31 oktober 1866 stak de prins van Oranje de eerste spade in de grond: het officiële begin van het project. Intussen had een emmerbaggermolen al heel wat zand verzet. Na veel problemen - vooral door voortdurend terugkerende verzandingen - kon de op Harwich varende stoomboot Richard Young op 9 maart 1872 als eerste zeeschip via de nieuwe route naar zee. De Nieuwe Waterweg was klaar, maar zou nog jarenlang met verzandingen te kampen hebben. Om die tegen te kunnen gaan moest er aanzienlijk meer geld worden uitgetrokken dan gepland. Caland heeft van diverse kanten nogal wat kritiek over zich heen gekregen. Maar hij kwam er doorheen.

     

    Pieter Caland werd in augustus 1865 van Rotterdam naar Delft overgeplaatst. Kort daarna werd hij bevorderd tot ‘hoofdingenieur van den Waterstaat in Algemeenen Dienst’; hij bleef belast met de werkzaamheden in Hoek van Holland. Drie jaar later werd hij naar Den Haag overgeplaatst; zijn functie werd opgewaardeerd naar inspecteur. Tot 1877 bleef Caland betrokken bij alle werkzaamheden op en rond de Nieuwe Waterweg. Op 1 oktober 1891 ging hij met pensioen. Caland bleef met zijn echtgenote jonkvrouwe Helena de Jonge - met wie hij vier zoons en drie dochters had - in Den Haag wonen.

     

    Pieter Caland heeft met zijn Waterweg-project de kiel gelegd voor wat Rotterdam uiteindelijk is geworden: de grootste en gemakkelijkst bereikbare (geen sluizen!) haven van Europa. Na de voltooiing van de Nieuwe Waterweg kon Rotterdam op de rechter en linker rivieroever havenbekkens gaan aanleggen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Botlek, Europoort en de beide Maasvlaktes aangelegd. De Nieuwe Waterweg moest door de jaren heen regelmatig worden verdiept, worden aangepast, van een nieuwe toegang en pieren worden voorzien en geschikt worden gemaakt tot de vaarweg die deze vandaag de dag is: van wereldniveau.

     

    Pieter Caland en de Nieuwe Waterweg: het is een twee-eenheid. Caland werd in Rotterdam vereerd met een monument op de Veerkade, dicht bij de rivier. In Europoort werd een kanaal en een brug naar hem vernoemd; één van de metroverbindingen in Rotterdam heet de Calandlijn. In meer dan tien Nederlandse steden is zijn naam eveneens met straatnamen vereeuwigd. Het zijn de bewijzen dat Pieter Caland iets grootst heeft verricht!

     

    Bibliografie:

    A.T. de Groot, De Waterweg langs Rotterdam naar zee, Den Haag 1916

    Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 1903

    P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek deel 5, Leiden 1921

    Bram Oosterwijk, Ik verlang geen dank - Lodewijk Pincoffs (1827-1911), Rotterdam 2011

     

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers