Inloggen

De moeder van de Museumkaart: Annemarie Vels Heijn

    Davied van Berlo
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Davied van Berlo in de groep Ambtenarengeschiedenis! 906 dagen geleden

    Drs. Annemarie Vels Heijn

    1 juli 1943, Alkmaar

    Gymnasium, den Haag

    Kunstgeschiedenis in Utrecht

    Rijksmuseum, 1967; eindfunctie directeur Presentatie.

    Directeur Museumvereniging, 1998.





    De moeder van de Museumkaart



    Wie kwam er vroeger in een museum? Deftige mensen. De directie van een museum en de wetenschappelijke staf (de curatoren) straalden ook wetenschappelijk gefundeerde degelijkheid uit. En erg welkom was je er niet, als je maar gewoontjes was, of erger, en te hard praatte. Laat staan dat je de naam van een Franse schilder niet goed kon uitspreken. Maar in de jaren zeventig van de vorige eeuw begon het te rommelen. De tv presenteerde kunst en nog grappig ook; Pierre Janssen met zijn programma Kunstgrepen was de grote animator. Over de radio was er Openbaar Kunstbezit (125.000 leden in de jaren zestig) dat vertelde over een kunstwerk, en je een bijbehorende mooie reproductie toezond. Plus een kaart voor gratis museumbezoek. Nu heeft enkele miljoen Nederlanders een Museumkaart. De kaarthouders gingen met zijn allen in 2013 6.4 miljoen keer naar een museum. De Museumkaart is een succes. En dus willen we weten wie die kaart bedacht heeft.

    Annemarie Vels Heijn (1943), kunsthistoricus, werkte vanaf 1967 als adjunct-conservator schilderijen bij het Rijksmuseum. Het museum beviel haar goed - wie zou niet in het Rijks willen werken? Maar de toegankelijkheid van het tentoongestelde beviel haar veel minder. Zij stapte in 1972 over naar de Educatieve Dienst van het museum. Niet slim, vond Rijksmuseum directeur Arthur van Schendel - zo maak je geen carrière. Of beter gezegd, want ook heel aardige directeuren spraken toen nog zo:’Juffrouw Vels Heijn, zo maakt u geen carrière’. Later, in het boek Over passie en professie zei Annemarie Vels Heijn daarover: ’Het educatieve werk stond duidelijk niet hoog in aanzien. Maar ik ging fanatiek met educatie aan de slag. Ik vind schrijven en overdragen het mooiste dat er is.’ De directeuren van de Nederlandse musea zouden van al dat initiatief nog het nodige merken. Met Annemarie Vels Heijn samen trokken educatie-medewerkers van andere musea hard aan de bel. Ze wilden geld en aanzien voor publieksvoorlichting, educatie, presentatie en popularisering. De werkers in dat veld beoefenden een volwaardig vak, vonden ze, en daar hoorde respect voor te zijn. Het was 'een springerige tijd waarin voor het eerst de directeuren een lesje kregen' aldus Lodewijk Wagenaar in dat zelfde boek Over passie en professie. Hij deed educatie en presentatie in het Amsterdams Historisch Museum (nu Amsterdam Museum).





    Lobby

    De voorstanders van de nieuwe openheid gingen lobbyen. De contacten met de Rijksoverheid waren goed. Het effect bleef niet uit. In 1976-1977 presenteerde de regering de nota ‘Naar een nieuw museumbeleid’. Die nota paste in de tijdgeest: democratisering van bezoek aan de musea was troef. Nu moesten de museumdirecties wel mee, wilden ze subsidie en de goodwill van de overheid niet kwijtraken. En zo lijkt de komst van de Museumkaart in 1981 het voorspelbare resultaat van dit ideologisch streven. Maar de Museumkaart was niet alleen een proeve van democratisering. Hij was broodnodig, vanwege de inkomsten. Die nieuwe toegankelijkheid en voorlichting was duur. De audioguide kwam op, de bezoeker kreeg zomaar kleine tekstboekjes mee, de educatieve afdelingen groeiden. En de musea kregen te weinig entreegelden binnen. Probleem was dat een aantal culturele instellingen zoals Vriendenverenigingen en Openbaar Kunstbezit die kaarten voor gratis museumbezoek verstrekten. Daar kregen de bezochte musea niets voor terug. Annemarie Vels Heijn, op weg naar het directeurschap Presentatie onder algemeen Rijksmuseumdirecteur Henk van Os (1989 -1996) was bestuurslid van de Museumvereniging. En in die hoedanigheid bedacht ze het volgende: schaf al die kaarten en pasjes af, verkoop een nationale kaart en doe het geld in èèn pot. Ieder museum dat meedoet, krijgt naar rato van het aantal Museumkaart-bezoekers een uitkering uit de pot. Zo heb je een non-profit stelsel zonder subsidie, onkwetsbaar voor de politieke waan van de dag.

    Het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk was ingenomen met het plan. Het plan kon alleen uitgevoerd worden als de instellingen die aan hun leden/abonnees kaarten gaven, daarmee ophielden. Dat gebeurde min of meer, en na veel gepolder. Openbaar Kunstbezit ging zeven jaar later ten onder, de attractie van de gratis kaart was weg. En de tendens van Openbaar Kunstbezit naar meer avant-garde kunst maakt de instelling ook niet populairder.

    De MK was direct een succes: 280.000 mensen kochten er èèn in 1981. De vroege jaren negentig lieten een dip zien, maar tenslotte werd de kaart - toen uniek in de wereld - zo’n succes dat de Museumkaartorganisatie er op moesten toeleggen. Prijsverhoging was onvermijdelijk.

    De moeder van de kaart, Annemarie Vels Heijn, bleef tot 1998 in het Rijksmuseum werken. Met de opvolger van Van Os kon ze niet verder op voet van wederzijds respect. Ze werd directeur van de Museumvereniging waar ze haar passie voor de openheid van het museum verder uitdroeg. In 2003 ging ze met pensioen, maar stil zitten doet ze niet. In het Bijbels Museum verzorgde ze een tentoonstelling over de eerste vrouwelijke predikant, en nu werkt ze er aan de nieuwe Bijbelzaal.

    Bronnen: gesprek met drs. A. Vels Heijn op 22.9-2014.

    Wikipedia: Museumkaart.

    Internet sites van Muziekvereniging en Stichting Museumjaarkaart.

    Nota ‘Naar een nieuw museumbeleid’, Tweede kamer, zitting 1976-1977, 14290 (op internet, op te roepen onder de titel van de nota)

    Melissa de Vreede (red): Over passie en professie: een eeuw publieksbegeleiding in de Nederlandse musea (Utrecht Amsterdam 2010)

    A.Vels Heijn: ‘Museumkaart moet regelmatig museumbezoek bevorderen’, in: Museumvisie, jrg. 4, nr. 4, (dec. 19890) 114

    H. Maurits:’Eerste Museumkaart aangeboden aan staatsecretaris Wallis de Vries.’, in: Museumvisie, jrg.4, nr.4 (dec. 1980) 118

    www.Museumkaartjaarverslag.nl

    Met dank aan drs. H Defoer

     



     








    Door Tessel Pollmann

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers