Inloggen

Bram Lindenbergh, selectieambtenaar van polders die perfect moesten worden

    Lenie Hanse
    Door Lenie Hanse in de groep Ambtenarengeschiedenis! 1090 dagen geleden

    Volledige naam

    Lindenbergh, Abraham (Bram)

    Geboren

    7 augustus 1911 te Wemeldinge (Zeeland)

    Overleden

    1996 te Zwolle

    Opleiding

    Geen

    Woonplaats

    Zwolle 

    Loopbaan

    1929 – 1973 Werkzaam bij de Directie Wieringermeer (later Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders genoemd), de overheidsorganisatie die verantwoordelijk was voor de uitvoering van het Zuiderzeeproject:

    1929 – 1935 Assistent Landbouwwetenschappelijk Onderzoek: proefpolder Andijk

    1935 – 1942 Directie Domeindienst Wieringermeer: belast met selecteren en later controleren van pachters op hun bedrijven in de Wieringermeer

    1942 – 1946 Cultuurtechnische Afdeling te Lemmer: in cultuur brengen van de Noordoostpolder

    1946 – 1967 Afdeling Domein te Zwolle

    1967 – 1973 Hoofd Sociaal-Economische Afdeling

     

    Het Zuiderzeeproject: het grootste inpolderingsproject ooit

    In 1913 neemt de Nederlandse regering het ingrijpende besluit om de Zuiderzee af te sluiten en gedeeltelijk droog te leggen. De belangrijkste motieven voor dit kostbare plan zijn de terugkerende overstromingen in het Zuiderzeegebied én het feit dat Nederland extra landbouwgrond goed kan gebruiken. Daarbij komt dat het project zorgt voor de nodige werkgelegenheid.

    Het Zuiderzeeproject, zoals de onderneming gaat heten, wordt het grootste inpolderingsproject ter wereld. Zo’n 165.000 hectare zeebodem wordt in een tijd van veertig jaren drooggelegd, ontgonnen en ingericht. De Nederlandse regering is ambitieus: de nieuwe polders moeten een voorbeeld worden voor de rest van Nederland en de wereld. Niet alleen op landbouwgebied, maar ook als samenleving. Veel aandacht gaat daarom, naast naar de ontginning van het land, naar de selectie van de toekomstige bewoners.

     

    De Directie van de Wieringermeer

    Op 7 mei 1930 roept de regering een nieuwe overheidsdienst in het leven: de ‘Dienst voor het in cultuur brengen van de in de Wieringermeer drooggevallen gronden', al snel Directie van de Wieringermeer (de ‘Directie’) genoemd. De Directie ressorteert onder het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en heeft als taak de drooggelegde polders te ontwikkelen. De Dienst der Zuiderzeewerken neemt het waterbouwkundige deel ter hand.

    Het droogleggen, (land)bouwrijp maken en inrichten van de voormalige zeebodem vergt een enorme inspanning. Na slechte ervaringen met de kolonisatie van de Haarlemmermeer in de 19e eeuw is men vastbesloten nieuwe inwoners zorgvuldig te selecteren om de kans op het slagen van de nieuwe samenleving te vergroten. De Directie krijgt deze taak toebedeeld.

     

    Toegewijd aan de polders

    De ambtenaar die het gezicht wordt van de selectie van de polderbewoners, Bram Lindenbergh, komt in 1911 ter wereld in Wemeldinge. Zijn vader krijgt een boerderij in de nieuwe Wieringermeer en het gezin verhuist van Zeeland naar Noord-Holland. Als kleine jongen fietst Bram al over de Wieringermeerdijk, gefascineerd door de inpoldering. Op 24-jarige leeftijd, in 1935, keurt hij voor het eerst kandidaten voor de Wieringermeer. In de jaren die volgen klimt Bram Lindenbergh op in de gelederen van de Directie. Hij ontwikkelt een selectiesysteem voor de polderbewoners. De naam ‘Lindenbergh’ wordt een begrip en gaat synoniem staan voor selectie, afwijzing en toewijzing.

     

    Maakbare samenleving

    Op het nieuwe land is goed te verdienen (‘je haalt de pacht van de kopakker’, grapt men). En op het oude land is een overschot aan boerenzoons die op hun vaders bedrijf niet terecht kunnen. Per boerderij solliciteren er gemiddeld 18 geïnteresseerden. In de tijd van geloof in de maakbare samenleving laat men het bevolken van de nieuwe polders niet aan het toeval over. Er is wat te kiezen en er wórdt dan ook gekozen. Met Bram Lindenbergh als ‘opperselecteur’.

     

    Het ‘systeem Lindenbergh’

    Het belangrijkste doel is: goede boeren vinden. De sollicitanten ondergaan een uitgebreide selectieprocedure. Men kijkt naar vakbekwaamheid, financiële draagkracht, godsdienst en pioniersmentaliteit. Zowel de mannen als hun gezinnen moeten bereid zijn om daadwerkelijk aan de vorming van de gemeenschap mee te werken. Een onaangekondigd bezoek van één van de acht selecteurs behoort tot de procedure. Van elke sollicitant wordt een uitgebreid dossier aangelegd. Daarna begint de puzzel voor Lindenbergh en zijn medewerkers: welke sollicitant komt voor welke boerderij in aanmerking?

     

    Tussen hoop en teleurstelling

    Voor de sollicitanten en hun gezinnen is deze sollicitatieprocedure meer dan spannend. Bij elke bedrijfsuitgifte is het hopen op de envelop die aankondigt dat er gepacht mag worden. Velen worden afgewezen, altijd zonder opgave van reden. Het bevestigt het heersende beeld van Bram Lindenbergh als ‘opperselecteur’ en machtige beslisser over de toekomst van velen.

     

    Selectie: goed of fout?

    Het selectiesysteem waarmee de polders tussen de jaren dertig en tachtig is bevolkt, is naderhand flink bekritiseerd. Voor ‘zielepoten en zwakke geesten’ was geen plaats, klinkt het achteraf. Men spreekt over een werkwijze met ‘nazistische elementen’. Lindenbergh zelf hierover: ‘Wij hebben de basis, de bouwstenen, gelegd waarop de bevolking van de Noordoostpolder zichzelf kon ontwikkelen. We hebben ervoor gezorgd dat er zich energieke, bekwame mensen vestigden.’ Zijn zoon zegt later: ‘Vader had een diepe liefde voor de grond, dat was zijn belangrijkste drijfveer bij het selectiewerk.’ In Lindenberghs visie verdient de met zo’n groot aandeel gemeenschapsgeld aangelegde polder alleen de beste boeren, die de hoogstaande grond beslist niet mogen verpesten. Hoe het ook zij: de uitverkorenen bouwen een – vaak voorspoedige – toekomst op in de nieuwe polders. De anderen verlaten, gefrustreerd over hun afwijzing, de polder. Sommigen emigreren zelfs. Maar voor iedere polderbewoner, afgewezene en goedgekeurde, is en blijft Bram Lindenbergh dé man van de selectie.

     

     

     

    Archieven

    Nieuw Land Erfgoedcentrum: Archief Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, collecties 36 en 230

     

    Literatuur

    Boek Eva Vriend, Het nieuwe land. Het verhaal van een polder die perfect moest zijn (Amsterdam 2012)

    Lenie Hanse

    Lenie Hanse

    Wie ben ik

    Historica, tekstschrijver en ook inzetbaar als archivaris. Specialisaties: cultuurgeschiedenis van de twintigste eeuw, de psychische gevolgen van WOII, geschiedenis van Flevoland, oral history....

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers