Inloggen

Ellen van Marle. Secretaresse in het brandpunt van de macht. Soevereiniteitsoverdracht 1949

    Nelly Spanjersberg
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Nelly Spanjersberg in de groep Ambtenarengeschiedenis! 967 dagen geleden Reacties (1)

    Van Marle, Ellen Maria, roepnaam Ellen

    Soerabaja, 4 mei 1923 – Zeist, 1 september 2009

    Woonplaats: Den Haag

    Functie: secretaresse

    Ontwikkeling en persoonlijke context
    Ellen van Marle groeit op in Nederlands-Indië als oudste dochter in een welgesteld gezin. Tijdens de japanse bezetting wordt ze met haar moeder en zus geïnterneerd, onder andere in Ambarawa bij Semarang. Meteen na de bevrijding, in augustus 1945, werkt Ellen op kantoor van het Rode Kruis in dat kamp. Vanwege de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd is de situatie op Java gevaarlijk en wordt de familie in december van dat jaar geëvacueerd naar het Irenekamp bij Bangkok. Eind juli 1946 komt Ellen samen met haar zus Dorine vanuit Thailand aan in Nederland waar ze haar opleiding vervolgt bij Schoevers. In het najaar van 1947 gaat ze op zoek naar een baan.

    Keus voor Buitenlandse Zaken
    Ze solliciteert bij de KLM, bij een groot handelskantoor en na een introductie via een kennis bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ondanks het lagere beginsalaris kiest ze bewust voor Buitenlandse Zaken, haar loopbaan bij dat ministerie begint in oktober 1947. In een brief aan haar vader motiveert ze haar keuze: ‘Het is erg vertrouwelijk werk, maar natuurlijk erg interessant, want je hoort alle politieke gebeurtenissen het eerst.’ De fascinatie voor politieke gebeurtenissen en hun invloed op de geschiedenis blijft als een rode draad door Ellens ambtelijke carrière en haar leven lopen. Ellen bewaart haar correspondentie in een persoonlijk archief dat ze achterlaat met de kanttekening ‘belangrijk, geschiedenis’. Ze doelt daarmee op de grote politieke omwentelingen waarvan ze directe getuige is geweest. Haar archief laat ons zien dat ook vrouwen in de tweede helft van de twintigste eeuw, ondanks hun afwezigheid in officiële archieven, hun bijdrage leverden.

    Carriereplanning
    Haar eerste baas bij Buitenlandse Zaken is H.D. Pierson bij de afdeling Verbindingen. Ellen verzorgt de correspondentie en gecodeerde telegrammen voor hem. Het werk vereist de nodige discretie ‘Ik heb n.l. een eed moeten afleggen waarin stond, dat je aan niemand iets mocht vertellen van wat je allemaal hoorde en zag’ en uit Ellens brieven blijkt hoe serieus ze dat neemt: 'Veel meer kan ik je tot mijn spijt over mijn werk niet vertellen en hoop ik dat je dat begrijpen zult.’ Ellen is buitengewoon leergierig en proactief in het plannen van haar carrière. Zodra ze het idee heeft dat ze niet veel nieuws meer kan leren, gaat ze op zoek naar een andere uitdaging. Als ze hoort dat de secretaris-generaal van het departement A.H.J. Lovink op zoek is naar een nieuwe secretaresse, laat ze hem meteen weten dat ze graag voor die functie in aanmerking wil komen. Ze verwacht dat Lovink in het buitenland geplaatst wordt en dat lijkt haar een geschikte volgende stap in haar loopbaan.

    Secretaresse in het brandpunt van de macht: Soevereiniteitsoverdracht
    Eind mei 1949 vertrekt Ellen samen met Lovink naar Jakarta. Het weerzien met het land van haar jeugd valt haar aanvankelijk tegen, maar al gauw ervaart Ellen het als een voorrecht dat ze het politieke proces dat resulteert in de soevereiniteitsoverdracht, van dichtbij kan meemaken. Voor Lovink heeft ze een groot respect en ze benadrukt zijn moeilijke taak: ‘de leden van dit Kabinet hebben weinig verstand van Indië en hij is een man die het land door en door kent, precies weet hij hoe hij moet handelen met de mensen, zijn houding kent en bovendien een diplomaat is.’ Uit alles blijkt dat Ellen ervan geniet als vrouw te werken in het centrum van de macht. Ze geniet van het contact met de meest uiteenlopende hoogwaardigheidsbekleders, maar de meeste voldoening haalt ze uit de actuele politieke informatie die ze uit de eerste hand krijgt en de discussies met haar mannelijke collega’s over de grote historische gebeurtenissen waar ze deelgenoot van is.

    Na de soevereiniteitsoverdracht komt H.M. Hirschfeld naar Jakarta als Hoge Commissaris en Ellen wordt zijn eerste secretaresse. Ze schrijft dat ze voor hem veel zelfstandiger kan werken dan voor zijn voorganger Lovink en Ellen ziet deze functie dan ook als een goede leerschool om een allround secretaresse te worden.

    Terug in Nederland
    Als ze in juli 1950 naar Nederland terugkeert, is even onduidelijk welke functie ze kan krijgen. Ondanks het uitstekende getuigschrift van Hirschfeld dat ze op zak heeft, is ze bang ‘maar’ op een typekamer terecht te komen. In september 1950 gaat ze aan de slag gaan bij de Nederlandse ambassade in Londen, daar blijft ze nog geen jaar omdat het werk daar haar maar matig bevalt. ‘Ik beschouw deze periode hier alleen maar als goed voor mijn opvoeding, maar verder kan het me gestolen worden…’ Halverwege 1951 keert Ellen terug naar Nederland, tot aan haar pensioen blijft ze werken bij Buitenlandse Zaken.

    Verder lezen:

    Eveline Buchheim, ‘Ellen van Marle, secretaresse in het brandpunt van de macht (Nederlands-Indië/Indonesië, 1949-1950)’ in: Historica, (jaargang 36, nummer 2, juni 2013).

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers