Inloggen

Gerrit Jan van den Broek, ontwerper van het Rijkswegenplan 1927 (derde versie)

    Martin Deinum
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Martin Deinum in de groep Ambtenarengeschiedenis! 898 dagen geleden

    Gerrit Jan van den Broek

    Martin Deinum

     

    Persoonsgegevens:

     

    Naam: Broek, Gerrit Jan van den,

    Geboren: Dordrecht, 8 november 1879

    Overleden: Bad-Nauheim (Duitsland), 6 oktober 1935 

    Opleiding: civiel-ingenieur, Polytechnische school, Delft

    Departement: district Wegentechniek, Rijkswaterstaat

    Functie: leidinggevende

     

    Rijden er tegenwoordig zo’n 8 miljoen personenauto’s rond in Nederland, in 1900 zijn dit er nog maar 150. De enorme groei in het autobezit zet in de jaren ’20 in, in 1925 rijden er al 31.000 auto’s over de wegen. Een getal dat nog wordt overtroffen door het aantal motorfietsen en nog veel meer door het aantal fietsers. De bestaande wegen tussen de steden zijn niet geschikt voor al dit verkeer. Asfaltwegen bestaan nog niet, wegen hebben vaak klinkerbestrating en zijn soms slechts drie meter breed. De automobilist komt om de haverklap tolpoorten en overzetveren tegen en moet vaak lange omwegen maken. De problemen rond de gebrekkige autowegen komen bekend te staan als de ‘Wegenkwestie’. In 1915 dient kamerlid Cornelis Lely een wetsvoorstel voor een Rijkswegenplan in, maar dat haalt de eindstreep niet vanwege de ontwikkelingen rond de Eerste Wereldoorlog.

     

    Veel ervaring

    In 1923 wordt binnen Rijkswaterstaat het district Wegentechniek opgericht met als taak: bestudering van de techniek der wegen en onderwerpen als aanleg, verbetering en onderhoud van wegen. Aan het hoofd van het district staat de 44-jarige ingenieur Gerrit Jan van den Broek. 22 jaar eerder heeft hij op de Polytechnische School in Delft zijn diploma van civiel-ingenieur gehaald. Hij begint zijn carriere bij Rijkswaterstaat in 1903, nadat hij bij het verplichte toelatingsexamen als beste uit de bus is gekomen. In de jaren daarna werkt hij aan een verscheidenheid van projecten, zoals de droogmaking van de Wieringermeer, havenverbeteringen in Vlissingen, Curaçao, China, Peru en Bolivia en de aanleg van het Wilhelminakanaal in Noord-Brabant en het kanaal Wessem-Nederweert in Limburg. Zo heeft hij al een berg aan kennis en ervaring opgedaan als hij zich over de Wegenkwestie mag buigen. 

     

    Rijkswegenplan 1927

    Onder Van den Broeks leiding komt in 1927 het eerste Rijkswegenplan tot stand dat ook uitgevoerd wordt. Het plan behelst de aanleg van nieuwe wegen en de verbetering van bestaande. In het plan lopen de wegen lopen slechts tussen de steden en voeren niet langs de steden. Ook zijn de wegen voor alle soorten verkeer toegankelijk. De ons bekende, slechts voor snelverkeer toegankelijke snelwegen die langs steden voeren, dateren van het Rijkswegenplan 1938. De wegen krijgen in 1927 wel al nummers, zoals 2, 3, 4, 12 en 13. Pas in 1976 besluit men om een A voor deze nummers te zetten en zo worden onze autosnelwegen nog steeds aangeduid. Van den Broeks plan bevat ook rijksweg 3, die Amsterdam met Rotterdam zou moeten verbinden. Deze komt er echter nooit. De aanleg wordt telkens uitgesteld, tot in de jaren ’80 besloten wordt om hem helemaal niet aan te leggen. De weg zou dwars door het Groene Hart lopen en de tijdgeest heeft zich tegen de weg gekeerd.

     

    Beroemde bruggen

    Voor het oversteken van de grote rivieren worden twaalf bruggen gebouwd. Sommige van deze bruggen zijn nu, hoewel sommigen niet meer bestaan, nog steeds een begrip. De Lekbrug bij Vianen, de Waalbrug bij Nijmegen en de Moerdijkbrug over het Hollandsch Diep stammen allemaal uit het Rijkswegenplan 1927. Nog bekender zijn de John Frost/Rijnbrug bij Arnhem (‘een brug te ver’) en de ‘Bommelse’ brug bij Zaltbommel, bekend van Martinus Nijhoffs gedicht De Moeder de Vrouw (‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’).

     

    Spin in het web

    Eind 1929 wordt het district Wegentechniek omgezet in de directie Wegenverbetering. Van den Broek wordt hoofdingenieur-directeur. Hij blijft daarnaast spin in het web van alles wat met mobiliteit te maken heeft. Hij zit in tal van commissies, zoals de commissies-Patijn en -Fokker die adviseren over de Wegenbelastingwet, maar ook in de Wegencommissie van de ANWB, de commissie advies en bijstand voor het Verkeersfonds en de commissies verkeersseinen, voorschriften asfalt en teer van de Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland. Van den Broek is voorzitter van de Vereeniging van ingenieurs van den Rijkswaterstaat, geeft in binnen- en buitenland lezingen op congressen over wegenbouw en schrijft boeken en een groot aantal artikelen op zijn vakgebied.

     

    Overwerkt

    Deze overvloed aan activiteiten breekt hem uiteindelijk op: in 1934 wordt hij ziek, waarschijnlijk van overwerktheid. Een jaar later, als hij in het Duitse kuuroord Bad-Nauheim verblijft, overlijdt hij. Zijn opvolger bij het district Wegenverbetering schrijft later aan de directeur-generaal van Rijkswaterstaat: “Zooals u bekend is, heeft Ir. van den Broek zich volkomen overwerkt, wat met zijn dood geëindigd is”. Zijn Rijkswegenplan uit 1927 is het begin van het Nederlandse netwerk van rijkswegen, waar later onze autosnelwegen uit zijn voortgekomen.  

     

    Literatuur:

    M.L. ten Horn-van Nispen, H.W. Lintsen, A.J. Veenendaal jr. (red.), Wonderen der techniek. Nederlandse ingenieurs en hun kunstwerken, 200 jaar civiele techniek (Zutphen, 1993), 162-163

     

    J.W. Schot et al, Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, deel 5 (Eindhoven, 2002)

     

    M.L. ten Horn-van Nispen, ‘Gerrit Jan van den Broek’, Tijdschrift voor waterstaatsgeschiedenis 10 (2001), webversie 2006

    Martin Deinum

    Martin Deinum

    Wie ben ik

    Ambtenaar ruimtelijke ordening bij gemeente Purmerend, maar erg geïnteresseerd in geschiedenis. Op dit moment een studie Algemene Cultuurwetenschappen volgend, en al enige ervaring met het schrijven...

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers