Inloggen

Ministers komen, ministers gaan, maar Harry Kramer zal altijd bestaan

    Thomas Hessels
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Thomas Hessels in de groep Ambtenarengeschiedenis! 826 dagen geleden

    Ministers komen, ministers gaan, maar Harry Kramer zal altijd bestaan*

    Kramer, H.Y. (Harry)

    Bolsward, 1944, getrouwd, vader van drie kinderen

    Opleiding:  Nederlands recht, Universiteit van Groningen

    Woonplaats: Rotterdam

    Functie 1987 – 2004 Directeur Media, Letteren en Bibliotheken, Ministerie van WVC, later OCW

     

    *  citaat Willem van Kooten/Joost den Draaijer (initiatiefnemer van Cable One, het eerste commerciële radiostation in Nederland)

     

    Ik heb er moeite mee als de dames en heren beweren dat de commerciële omroep echt beter is voor de mensen. Dat is jokkebrokkerij. Als je de commercie zijn vrije gang laat gaan, krijgen we een eenzijdige palet van grote doelgroepenzenders, met een brede, vlakke programmering.

    Dit citaat uit een interview uit 1997 tekent de ambtenaar Harry Kramer die tussen 1987 en 2004 op het ministerie van WVC (later OC&W), de eerste adviseur is van de ministers en staatssecretarissen Brinkman, d’Ancona, Nuis, Van der Ploeg, Van Leeuwen en Van der Laan. Kramer wordt eind 1987 gevraagd om leiding te geven aan de directie Media, die dan als belangrijkste taak heeft de Mediawet 1987 uit te voeren. Eerder heeft hij leidinggevende functies vervuld bij het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (later Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur geheten), en dáár weer voor bij welzijnsafdelingen in de gemeenten Goes en Rotterdam. Uit dat carrièreverloop blijkt dat hij zich meer op z’n gemak voelt als manager en onderhandelaar dan als rechtswetenschapper. Zo’n ‘macher’ heeft WVC ook nodig om in het omroepbestel ruimte te maken voor nieuwe commerciële omroeporganisaties, aanvullend op de bestaande omroepverenigingen.

    In de vorige eeuw is de commerciële omroep een opkomend nieuw fenomeen. In 1965 struikelt er nog een kabinet over de vraag of nieuwe omroeporganisaties en reclame in de ether kunnen worden toegelaten. In de daaropvolgende decennia gaat het om een wirwar van belangen en bijbehorende spelers, die de verzuilde omroepverenigingen als de neefjes van de verzuilde scholen danig uit hun evenwicht brengen. Reclameboodschappen in de ether, toelaten van commerciële omroepen, kabeltelevisie, Europese regelgeving, betaal tv, het nieuwe Nederland 3, herverdelen van zendtijd. Kramer probeert daar richting aan te geven door bij al die vernieuwingen het algemene belang van een gevarieerd en hoogwaardig programma-aanbod te bewaken, voor zoveel mogelijk verschillende kijkers en luisteraars.

    Kramer kan omschreven worden als een man die de politieke belangen van zijn bewindspersoon weet samen te brengen met die van de bestaande omroepverenigingen en allerlei nieuwe marktpartijen. Die beseffen snel dat ze in Den Haag niet om hem heen kunnen. Soms moet hij de Haagse belangen bewaken met de nodige ambtelijke tegendruk. Aart Geurtsen, voorzitter van het Commissariaat voor de Media dat bij de Mediawet van 1987 is opgericht, meent bijvoorbeeld dat zijn commissariaat over al het Hilversumse beleid gaat, weg van Den Haag. Kramer wijst hem erop dat er nog zoiets is als ministeriële verantwoordelijkheid voor het gehele stelsel.

    Ik ben dienstbaar aan de maatschappij en mijn eerste klant is de bewindspersoon. Maar om precies te zijn: ik ben niet in dienst van de bewindslieden. Ik vind dat ik hier niet ben om te zeggen wat de minister denkt. (…) Ik meen dat ambtenaren een zelfstandige, professionele verantwoordelijkheid hebben.” (Interview uit 1996)

    Bij zijn vertrek in 2004 zegt hij “dat de discussie over de vraag wat voor publieke omroep Nederland nodig heeft, pas in 2008 echt wordt afgerond”. Inmiddels weten we dat de strijd nog wel even door zal gaan. Eind 2014 brengt staatssecretaris Dekker de nota ‘Toekomst van het publieke mediabestel’ uit, waarin hij de klassieke omroepverenigingen verder laat samenwerken onder een overkoepelende Nederlandse Publieke Omroep. Voorlopig blijft het onrustig in Hilversum en Den Haag. 

    Enkele hoogtepunten uit de ontwikkeling van het omroepbestel

    1924: Eerste uitzending van de NCRV (protestant-christelijk), in 1925 volgen KRO (katholiek) en VARA (socialistisch), in 1927 de AVRO (algemeen). 

    1967: De Omroepwet regelt dat  iedere omroep met een bepaald aantal leden zendtijd kan aanvragen.

    1987: De Mediawet vervangt de Omroepwet en beoogt meer gezamenlijkheid te creëren tussen de omroepen.

    1989/1992: Komst RTL Véronique en commerciële televisie definitief in de Mediawet opgenomen.  

    1991/1994: Nota publieke omroep in Nederland en Wet versterking publiek bestel: een nationaal publiek bestel van samenwerkende omroepen.

    1997: Liberalisering Mediawet: vrijgeven van het gebruik van de kabel.

    2008: De Mediawet 2008 regelt de toelating tot het omroepbestel en stelt voorwaarden op het gebied van mediapluriformiteit.

    2014: De zes (gefuseerde) publieke omroepen (AVRO/TROS, KRO/NCRV, VARA/BNN, en EO, MAX en VPRO, mogelijk aangevuld met PowNed, WNL en Human) werken met de NOS samen als Nederlandse Publieke Omroep.

    Bronnen:

    Snijders, Arjan (1997 en 2010) Harry Kramer (Topambtenaar ministerie van OCW) in: Rap van Fortuin, Broadcast Books 1997 en http://www.radioheld.nl/rap_van_fortuin_harry_kramer.html.

    www.npo.nl en diverse wikipedia-berichten over de geschiedenis van de Nederlandse publieke omroep.

    Rek, Wilma de (2003) De ideale publieke omroep bestaat niet (De Volkskrant 6 december 2003).

    Inbraak en uitbraak. Van omroepmonopolie naar mediamarkt (1996) Bundel interviews t.g.v. het afscheid van mr. Aart Geurtsen als voorzitter van het Commissariaat voor de Media.

    Toekomst van het publieke mediabestel, nota van staatssecretaris Sander Dekker, 13 oktober 2014.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers