Inloggen

Diederic Jacob den Beer Poortugael: aanvoerder der Leidsche studenten

    Rob van Daal
    Door Rob van Daal in de groep Ambtenarengeschiedenis! 911 dagen geleden

    I Persoonsgegevens

     

     

    Achternaam: Den Beer Poortugael, Voornamen: Diederic Jacob

    Geboorteplaats: Leiden, geboortedatum: 16 april 1800,

    Plaats van overlijden: Den Haag, Datum van overlijden: 10 juni 1879

    Opleiding: militair

    Woonplaats: divers

    Naam of namen van de overheidsdienst(en) waar betrokkene werkzaam was:

    • Bataljon der Jagers
    • Koninklijke Militaire Academie
    • Compagnie Vrijwillige Jagers der Leidsche Hoogeschool
    • Belastingdienst

    Functie(s) van betrokkene bij de overheidsdienst(en):

    • Militair Docent
    • Commandant
    • Rijksontvanger
    • Schrijver en dichter

     

     

    II. Tekstgedeelte

    Diederic Jacob den Beer Poortugael: aanvoerder der Leidsche studenten

    De Tiendaagse Veldtocht van 1831 markeert voor velen in Nederland het definitieve verlies van de Zuidelijke Nederlanden. Willem I had dit deel van zijn prille Koninkrijk de jaren daarvoor van zich vervreemd door zijn kerk-, taal en persbeleid, ofschoon het beleid intentioneel juist gericht was op de eenwording van zijn nieuw ontstane staat. De liberale en de katholieke Belgen zagen dat duidelijk anders. Op 2 augustus van dat jaar gaf Koning Willem I met een ferm ‘Voorwaarts’ het bevel om dit opstandige deel, van wat hij verbitterd bleef zien als zijn ongedeelde Koninkrijk, te straffen.

     

    Dat deel had zich echter één jaar eerder al onafhankelijk verklaard na de bekende schouwburgoproer in Brussel. Op 21 juli 1831 had België ook al een nieuwe koning die de eed op de vooruitstrevende Belgische grondwet had afgelegd. Daarbij had de nieuwe staat de steun van Frankrijk en Groot Brittannië. Zoals het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was ontstaan tijdens het Congres van Wenen onder leiding van de Franse meesterdiplomaat Talleyrand, zo was ook de scheiding van de Zuidelijke Nederlanden tot de staat België geconcipieerd tijdens het Congres van London. Wederom met een hoofdrol van Talleyrand.

     

    Toch trok er op 2 augustus 1831 een Nederlands leger, aangevuld met duizenden vrijwilligers, waaronder tal van ambtenaren, maar ook vele studenten uit Leiden, Utrecht en Groningen, ten strijde om ‘den besten der Koningen en den dierbaren grond hunner geboorte’ te verdedigen. Heroveren leek toch niet het doel; een nationalistisch punt maken veel meer. Een veldtocht die vaak is geridiculiseerd, zeker wat de feitelijke militaire betekenis van de gegoede studenten betreft, maar die voor deze generatie vrijwilligers van grote betekenis was. In reünies zouden deze veteranen elkaar nog vele decennialang opzoeken. Velen zouden rol gaan spelen in landelijke politiek en bestuur. Een van de beroepsmilitairen die deze onervaren studenten aanvoerde in de strijd was de beroepsmilitair, ambtenaar en dichter Diederic Jacob den Beer Poortugael. Een jongeman die een van hen had kunnen zijn, maar door onfortuinlijk toeval zelf niet had kunnen studeren.

     

    Onverwacht militair

    Diederic den Beer Poortugael stamde uit een geslacht van bestuurders. Zijn vader was een Schiedamse burgemeesterszoon die rechten had gestudeerd in Harderwijk en zich in Amsterdam vestigde als procureur. Zijn moeder Anna Wassenbergh was een gelegenheidsdichteres uit gegoed milieu. Het gezin verhuist een aantal maal, mede gedwongen door de patriottische gezindheid van het echtpaar. Diederic wordt geboren in Leiden, maar verhuist later naar Gouda als zijn vader toetreedt tot het stadsbestuur. Samen met zijn oudere broer gaat hij naar de Latijnse school. Maar dan overlijdt onverwachts hun vader en staan de financiën niet toe dat de twee jongens hun opleiding vervolgen. Qua afkomst voorbestemd als student rechtsgeleerdheid, wordt Diederic als zeventienjarige militair: vaandrig bij het bataljon der Jager te Gent. In 1828 wordt hij als eerste luitenant docent aan de net opgerichte Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Kort daarna treedt hij in het huwelijk met Hermina Clasina Muller, de enige dochter van een Amsterdamse notaris.

     

    De Tiendaagse Veldtocht met de Leidsche studenten

    De KMA wordt tijdelijk opgeheven, omdat de spanningen tussen de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden zijn opgelopen. Het leger wordt gemobiliseerd en gepositioneerd aan de nieuwe grens. Docent Den Beer Poortugael wordt toegevoegd aan de Compagnie Vrijwillige Jagers der Leidsche Hoogeschool. Hij is hun pelotonscommandant gedurende de gehele exercitie die elf dagen zal duren, maar toch bekend staat als de Tiendaagse Veldtocht. Deze vrijwillige Jagers worden bij vertrek uit Leiden enthousiast uitgezwaaid en later ook weer geestdriftig ingehaald. Men had die Belgen een lesje geleerd en ze waren weliswaar door de inval van een veel groter Frans leger gedwongen tot een wapenstilstand, maar de jonge natie had laten zien waar ze voor stond.  

     

    Niet alle 227 studenten keerden terug. Bij de herdenking in de Leidse Pieterskerk van de gesneuvelde rechtenstudent Lodewijk Beeckman legt Den Beer Poortugael de eerste steen van het monument. Beeckman is een van 131 gesneuvelden aan Nederlandse zijde. Hij sneuvelde op 5 augustus 1831 bij Beringen alwaar hij dodelijk in het hoofd werd getroffen. Negentien jaar was hij. Zijn dood leidde tot wraakgevoelens in de Compagnie die zich uitte in de plundering van het dorp. Zij waren in Beringen verzeild geraakt omdat hun pelotonscommandant Den Beer Poortugael bij vergissing de kortste route had genomen. Daardoor stuitte ze zonder flankdekking op een Belgisch Bataljon dat net kermis aan het vieren was!

     

    Behalve in Beringen, raakte de Jagers als voorhoede van de Derde Divisie infanterie onder leiding van luitenant-generaal Jonkheer Adrianus Meyer nog bij Kermt verzeild in een hachelijk moment. De Jagers vormde een reserve en namen geen deel aan de zware gevechten. Ze raakte geïsoleerd doordat Den Beer Poortugael het bevel voor de terugtocht niet had ontvangen, waardoor ze tussen de twee fronten terecht kwamen. Uiteindelijke konden ze nachts toch weer ongeschonden aansluiting vinden. Zoals in elk oorlog speelt verwarring en toeval vaak een grote rol.

     

    Alle mannen die deel hadden genomen aan de veldtocht kregen een herinneringsmedaille, het Metalen Kruis, gemaakt van het brons van drie kannonen die waren buit gemaakt op de Belgen bij de slag bij Hasselt. Den Beer Poortugael kreeg bij Koninklijk Besluit in oktober 1831 ook de Militaire Willemsorde opgespeld voor zijn rol tijdens de schermutselingen in Beringen.

     

    Rijksontvanger en dichter

    In 1853 dwingt ziekte hem de dienst te verlaten. Hij wordt rijksontvanger in Brummen, later in Pijnacker en Sneek. Een functie die oud-militairen toen vaker kregen. Inmiddels is ook de dichterlijk inslag van zijn moeder bij hem komen bovendrijven. In 1852 publiceerde hij een bundel Vaderlandse gedichten. Andere dichtbundels volgen, evenals publicaties op militaire vakgebied. Den Beer Poortugael betoont zich tijdens zijn leven maatschappelijk betrokken. Hij zet zich in voor de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en richt in 1856 een adres aan de Koning en de Staten Generaal inzake de afschaffing van de slavernij.

     

    Zijn dagboek over de Tiendaagse veldtocht wordt postuum door zijn zoon uitgegeven. Deze zoon was net als hij militair geworden, opgeklommen tot de rang van generaal-majoor en verantwoordelijk voor de definitieve afronding van de Stelling van Amsterdam. Hij zou daarnaast de bestuurlijke familietraditie weer herstellen als Minister van Oorlog en lid van de Raad van State.

     

     

    III. Vermelding van publicaties en bronnen

    Jacobobus Catharinus Cornelis den Beer Poortugael, 1831 De Tiendaagse Veldtocht, (Den Haag, 1906)

    Jeroen Koch, Koning Willem I, 1772-1843 (Amsterdam, 2013)

    Johan Nater, De Tiendaagse Veldtocht. De Belgische Opstand 1830/1831, (Haarlem, 1980)

     

     Ingekorte versie

     

    Diederic Jacob den Beer Poortugael: aanvoerder der Leidsche studenten

    De Tiendaagse Veldtocht van 1831 markeert voor velen in Nederland het definitieve verlies van de Zuidelijke Nederlanden. Willem I had dit deel van zijn prille Koninkrijk de jaren daarvoor van zich vervreemd door zijn kerk-, taal en persbeleid, ofschoon het beleid intentioneel juist gericht was op de eenwording van zijn nieuw ontstane staat. De liberale en de katholieke Belgen zagen dat duidelijk anders. Op 2 augustus van dat jaar gaf Koning Willem I met een ferm ‘Voorwaarts’ het bevel om dit opstandige deel, van wat hij verbitterd bleef zien als zijn ongedeelde Koninkrijk, te straffen.

     

    Zodoende trok er op 2 augustus 1831 een Nederlands leger, aangevuld met duizenden vrijwilligers, waaronder tal van ambtenaren, maar ook vele studenten uit Leiden, Utrecht en Groningen, ten strijde om ‘den besten der Koningen en den dierbaren grond hunner geboorte’ te verdedigen. Heroveren leek toch niet het doel; een nationalistisch punt maken veel meer. Een veldtocht die vaak is geridiculiseerd, zeker wat de feitelijke militaire betekenis van de gegoede studenten betreft, maar die voor deze generatie vrijwilligers van grote betekenis was. In reünies zouden deze veteranen elkaar nog vele decennialang opzoeken. Velen zouden rol gaan spelen in landelijke politiek en bestuur. Een van de beroepsmilitairen die deze onervaren studenten aanvoerde in de strijd was de beroepsmilitair, ambtenaar en dichter Diederic Jacob den Beer Poortugael. Een jongeman die een van hen had kunnen zijn, maar door onfortuinlijk toeval zelf niet had kunnen studeren.

     

    Onverwacht militair

    Diederic den Beer Poortugael stamde uit een geslacht van bestuurders. Zijn vader was een Schiedamse burgemeesterszoon die rechten had gestudeerd in Harderwijk en zich in Amsterdam vestigde als procureur. Zijn moeder Anna Wassenbergh was een gelegenheidsdichteres uit gegoed milieu. Het gezin verhuist een aantal maal, mede gedwongen door de patriottische gezindheid van het echtpaar. Diederic wordt geboren in Leiden, maar verhuist later naar Gouda als zijn vader toetreedt tot het stadsbestuur. Samen met zijn oudere broer gaat hij naar de Latijnse school. Maar dan overlijdt onverwachts hun vader en staan de financiën niet toe dat de twee jongens hun opleiding vervolgen. Qua afkomst voorbestemd als student rechtsgeleerdheid, wordt Diederic als zeventienjarige militair: vaandrig bij het bataljon der Jager te Gent. In 1828 wordt hij als eerste luitenant docent aan de net opgerichte Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Kort daarna treedt hij in het huwelijk met Hermina Clasina Muller, de enige dochter van een Amsterdamse notaris.

     

    De Tiendaagse Veldtocht met de Leidsche studenten

    De KMA wordt tijdelijk opgeheven, omdat de spanningen tussen de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden zijn opgelopen. Het leger wordt gemobiliseerd en gepositioneerd aan de nieuwe grens. Docent Den Beer Poortugael wordt toegevoegd aan de Compagnie Vrijwillige Jagers der Leidsche Hoogeschool. Hij is hun pelotonscommandant gedurende de gehele exercitie die elf dagen zal duren, maar toch bekend staat als de Tiendaagse Veldtocht. Deze vrijwillige Jagers worden bij vertrek uit Leiden enthousiast uitgezwaaid en later ook weer geestdriftig ingehaald. Men had die Belgen een lesje geleerd en ze waren weliswaar door de inval van een veel groter Frans leger gedwongen tot een wapenstilstand, maar de jonge natie had laten zien waar ze voor stond.  

     

    Niet alle 227 studenten keerden terug. Bij de herdenking in de Leidse Pieterskerk van de gesneuvelde rechtenstudent Lodewijk Beeckman legt Den Beer Poortugael de eerste steen van het monument. Beeckman is een van 131 gesneuvelden aan Nederlandse zijde. Hij sneuvelde op 5 augustus 1831 bij Beringen alwaar hij dodelijk in het hoofd werd getroffen. Negentien jaar was hij. Zijn dood leidde tot wraakgevoelens in de Compagnie die zich uitte in de plundering van het dorp. Zij waren in Beringen verzeild geraakt omdat hun pelotonscommandant Den Beer Poortugael bij vergissing de kortste route had genomen. Daardoor stuitte ze zonder flankdekking op een Belgisch Bataljon dat net kermis aan het vieren was! Den Beer Poortugael kreeg bij Koninklijk Besluit in oktober 1831 de Militaire Willemsorde opgespeld voor zijn rol tijdens de schermutselingen in Beringen.

     

    Rijksontvanger en dichter

    In 1853 dwingt ziekte hem de dienst te verlaten. Hij wordt rijksontvanger in Brummen, later in Pijnacker en Sneek. Een functie die oud-militairen toen vaker kregen. Inmiddels is ook de dichterlijk inslag van zijn moeder bij hem komen bovendrijven. In 1852 publiceerde hij een bundel Vaderlandse gedichten. Andere dichtbundels volgen, evenals publicaties op militaire vakgebied. Den Beer Poortugael betoont zich tijdens zijn leven maatschappelijk betrokken. Hij zet zich in voor de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en richt in 1856 een adres aan de Koning en de Staten Generaal inzake de afschaffing van de slavernij. Zijn dagboek over de Tiendaagse veldtocht wordt postuum door zijn zoon uitgegeven.

     

    Rob van Daal

    Rob van Daal

    Wie ben ik

    Ik ben Rob van Daal, bestuurskundige en werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer als manager Staf Bestuur & Directie. Ik schrijf regelmatig recensies voor o.m. Openbaar Bestuur en VNG magazine....

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers