Inloggen

De nieuwe wildernis van Frans Vera

    Jheronimus
    • iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Jheronimus in de groep Ambtenarengeschiedenis! 990 dagen geleden
    1. Persoonsgegevens

    Achternaam: Vera

    Voornamen: Franciscus Wilhelmus Maria

    Roepnaam: Frans

    Geboorteplaats: Amsterdam

    Geboortedatum: 4 juni 1949

    Plaats van overlijden: nvt

    Datum van overlijden: nvt

    Woonplaats: Wijk bij Duurstede

    Overheidsorganisatie: ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en Staatsbosbeheer

    Functie: senior beleidsmedewerker

     

    1. Tekstgedeelte

     

    Wanneer aan het eind van de twintigste eeuw in politiek Den Haag het besef doordringt dat kwaliteit en kwantiteit van de Nederlandse natuur drastisch afneemt, is Frans Vera de eerste die zijn vinger opsteekt. Als hoofd van de afdeling Grote Eenheden Natuur en Grote Wateren van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) ontwikkelt de bioloog in 1988 een plan om het tij te keren: er moet een groot, aaneengesloten natuurwerk komen, gevrijwaard van menselijke bemoeienis. Deze studie vormt de basis van de kort daarna ingevoerde Ecologische Hoofdstructuur (EHS), waar ruim 25 jaar later nog altijd aan wordt gewerkt. Hoewel Vera zich vaak ongelukkig heeft betoond met de in zijn ogen verwatering van de oorspronkelijke plannen, kan hij daarom worden beschouwd als de meest invloedrijke natuurbeschermer van na de Tweede Wereldoorlog.

     

    Gideonsbende

    Vera groeit op in Amsterdam, waar hij na de HBS en Hogere Bosbouwschool een studie biologie aan de Vrije Universiteit volgt. Kort na zijn afstuderen in 1978 treedt hij in dienst bij Staatsbosbeheer als medeweker waardevolle agrarische landschappen. De functie past helemaal in de tijdsgeest: de dan nog dominantie Klassieke Natuurbeschermingsvisie van Victor Westhoff (1916-2001) schrijft namelijk voor dat de oude vormen van boerenbeheer het uitgangspunt moeten vormen bij het bepalen van de natuurwaarden. Vera loopt echter al snel vast in zijn pogingen effectieve natuurbescherming en rendabele landbouw te verenigen, en komt tot de conclusie dat deze doelen elkaar uitsluiten.

     

    Hij is niet de enige. Samen met een aantal geestverwanten bij het toenmalige ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk (waar ook natuurbescherming onder valt) en organisaties zoals Stichting Natuur & Milieu en Vogelbescherming vormt Vera begin jaren tachtig een Gideonsbende, die pleit voor een nieuwe aanpak: land teruggeven aan de natuur door te stoppen met landbouw of andere menselijke ingrepen. Hoewel deze offensieve benadering haaks staat op de gangbare praktijk en dus bijna automatisch tot gefronste wenkbrauwen leidt bij beleidsmakers, krijgt Vera in 1982 de kans om de overstap te naar het ministerie van LNV. Daar scherpt hij zijn visie verder aan en stelt deze zes jaar later in zijn Verkennende Studie Natuurontwikkeling op schrift.

     

    Ecologische Hoofdstructuur

    Deze notitie, opgesteld met collega Fred Baerselman, brengt een kleine aardbeving binnen het ministerie teweeg. Vera stelt voor een ecologisch netwerk aan te leggen met eenzelfde planologische waarde als bijvoorbeeld de infrastructuur voor wegen; voor agrarische en andere menselijke activiteiten is binnen dat netwerk geen plaats. Voor de top van het departement is dat te radicaal: er moet wel voldoende ruimte voor landbouw blijven. Het zogeheten Natuurbeleidsplan, dat de Tweede Kamer in 1990 aanneemt, is dan ook een afgezwakte versie van het plan van Vera. Hoofdoelstelling van het nieuwe beleid is de duurzame instandhouding, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden. In de praktijk betekent dit de aanleg van de EHS, waarvoor onder meer 50.000 hectare nieuwe natuur nodig is. Het project dient in 2018 te worden afgerond.

     

    Vera is allerminst tevreden. Volgens hem gaapt er ‘een enorme kloof’ tussen zijn oorspronkelijke notitie en het plan zoals LNV dat bij de Tweede Kamer indient; van de strikte scheiding tussen landbouw en natuur zou te weinig zijn overgebleven. In de daaropvolgende decennia zal de ecoloog nog regelmatig kritiek uiten op de in zijn ogen stiefmoederlijke wijze waarop de politiek zijn geesteskind behandelt. Met name de bezuinigingen en de daarmee gepaard gaande bijstelling van ambities door Rutte I (2010-2012) vallen niet in goeden aarde bij Vera en andere natuurbeschermers. Onder het tweede kabinet-Rutte worden de bezuinigingen gedeeltelijk teruggedraaid, de einddatum verschoven naar 2021 en de naam veranderd in Natuurnetwerk Nederland.

     

    De nieuwe wildernis

    Van grote betekenis voor Vera’s visie op natuur zijn de ontwikkelingen in de Oostvaardersplassen. In afwachting van de komst van de geplande industrie ontstaat in dit deel van zuidelijk Flevoland in de jaren zeventig een uniek natuurgebied met moerasvegetatie en zeldzame vogels. Al snel ziet Vera hierin het bewijs van de veerkracht van de natuur als systeem: verschillende soorten die door hun onderlinge relaties samen het geheel versterken. “Er openbaarden zich verbanden waaruit bleek dat onder bepaalde condities dat wat weg is, kan terugkomen”, zou hij daar later over zeggen. “Dat was een verheugend moment.” Daarmee tonen de ontwikkelingen in de Oostvaardersplassen in zijn ogen aan dat natuur zonder menselijke inmenging niet hoeft te vervallen tot gesloten bos, wat op dat moment de heersende gedachte onder natuurbeschermers is. In 1998 zal hij dit idee uitwerken in zijn proefschrift.

     

    Sinds die tijd zijn de Oostvaardersplassen uitgegroeid tot een natuurgebied, waar veel internationale belangstelling voor bestaat. De uitgezette grote grazers in het gebied worden zoveel mogelijk met rust gelaten, ook als zij van de honger dreigen om te komen; alleen bij uitzonderlijk lijden worden zij geschoten. Dit beleid oogst vanaf 2005 veel kritiek, en leidt zelfs tot bedreigingen aan het adres van Vera, die daar als medewerker van Staatsbosbeheer nauw bij betrokken is. Naar aanleiding van de bevindingen van twee commissies van internationale deskundigen eist het kabinet in 2011 dat dieren waarvan vaststaat dat zij binnen enkele weken zullen sterven, worden geschoten. Volgens sommigen is het experiment daarmee mislukt, maar stelt dat het beleid niet wezenlijk is veranderd. Met het verschijnen van de natuurfilm De Nieuwe Wildernis in 2013, volledig opgenomen in de Oostvaardersplassen, staat het gebied weer even positief in de aandacht; de documentaire trekt ruim 700.000 bezoekers en ontvangt het Gouden Kalf voor beste Nederlandse publieksfilm.

     

    1. Literatuur
    • F. Baerselman en F.W.M. Vera, Natuurontwikkeling: een verkennende studie (Den Haag 1989)
    • Ruben Smit en Frans Vera, De nieuwe wildernis. Grote natuur in een klein land (Amsterdam 2014)
    • Frans Vera, Is natuur een constructie? H.J. Schoo-lezing 2010 (Amsterdam 2010)
    • F.W.M. Vera, Metaforen voor de wildernis: eik, hazelaar, rund en paard (Den Haag 1997)
    Jheronimus

    Jheronimus

    Wie ben ik

    Journalist en communicatieadviseur. Voormalig parlementair verslaggever voor Agrarisch Dagblad (2007-2013).

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers